De lokale politiek komt maar traag op gang. Zestien gemeenten hadden 126 dagen na de verkiezingen nog geen college gevormd, een record. Nu het zomerreces is aangebroken, loopt de formatie daar op tot boven de 150 dagen.
Om welke gemeenten het gaat
De lijst is lang en verspreid over het land: Achtkarspelen, Ameland, Bergen (NH), Best, De Bilt, Edam-Volendam, Hollands Kroon, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Papendrecht, Schiermonnikoog, Sluis, Tiel, Tytsjerksteradiel, Velsen en Zutphen. Leiden springt eruit als de enige grote stad die nog moet formeren, na mislukte onderhandelingen tussen PRO en D66.
Een duidelijk record
Dat het er zoveel zijn, is uitzonderlijk. In 2022 moesten slechts vier gemeenten de formatie na de zomer afronden. In 2018 was Enkhuizen de enige gemeente die het niet voor de vakantie redde. Ook de gemiddelde formatieduur kruipt omhoog: van 83 dagen in 2022 naar 87 dagen nu, en mogelijk verder richting de 90.
Waarom het langer duurt
Voor de vertraging worden verschillende verklaringen gegeven. Ten eerste zijn de procedures veranderd. Waar coalities vroeger vooral in achterkamers werden gesmeed door de politieke kopstukken, houden gemeenten nu duidingsdebatten, benoemen ze verkenners en informateurs. Dat is transparanter, maar kost tijd.
Ten tweede is er de versplintering. Voor een meerderheid zijn vaak vier of zelfs meer fracties nodig, en hoe meer partijen aan tafel, hoe ingewikkelder het schuiven wordt.
Ten derde speelt een verschuiving naar rechts mee, die de onderhandelingen politiek lastiger maakt en de screening van kandidaat-wethouders tijdrovender.
Waarom dit ertoe doet
Een gemeente zonder college is niet stuurloos, maar wel op de handrem. Grote besluiten blijven liggen zolang er geen nieuw bestuur zit. Dat de formatie steeds langer duurt, is daarmee meer dan een procedureel detail: het zegt iets over een lokale politiek die door versnippering steeds moeizamer tot samenwerken komt.



