De Nederlandse woningnood laat zich niet oplossen met overheidsgeld alleen. Dat is de kern van een waarschuwing van De Nederlandsche Bank: zonder private investeerders worden de bouwdoelen niet gehaald.
De doelen
Het kabinet wil jaarlijks 100.000 woningen laten bouwen, waarvan 16.000 in de vrije huursector. Juist voor dat laatste deel zijn beleggers en investeerders onmisbaar, stelt DNB: "investeerders zijn essentieel om de bouwdoelen te halen."
Een teruglopende overheidsbijdrage
Om te begrijpen waarom, helpt een blik op de lange lijn. In de jaren tachtig ging nog zo'n 1,8 procent van de Nederlandse economie naar de bouw vanuit de overheid. Nu is dat nog maar 0,1 procent. Dat gat moet ergens worden gedicht, en dat kan alleen met privaat kapitaal.
Buitenlands geld verdween
Juist dat private geld droogt op. In 2022 kwam nog een derde van de financiering van vrije huurwoningen uit het buitenland. Een jaar later was daar "vrijwel niets meer van over". De internationale beleggers keerden Nederland grotendeels de rug toe.
Waarom investeerders afhaken
Volgens DNB heeft dat een duidelijke oorzaak: de strenge huurregels maken investeren onaantrekkelijk. Wie een woning verhuurt maar de huur nauwelijks mag laten meebewegen met de waarde, ziet het rendement dalen, en zoekt zijn geld elders.
De aanbevelingen
De centrale bank draagt drie oplossingsrichtingen aan. Ten eerste een consistent en voorspelbaar beleid, zodat investeerders weten waar ze aan toe zijn. Ten tweede minder ruimte voor gemeenten om bovenop de landelijke regels extra bouweisen te stapelen. En ten derde een herziening van de Wet betaalbare huur, waarbij de waarde van een woning zwaarder mag meewegen bij het bepalen van de huur.
De spanning eronder
Achter het betoog schuilt een politiek gevoelig dilemma. Strenge huurregels zijn bedoeld om huurders te beschermen tegen te hoge lasten. Maar als diezelfde regels investeerders wegjagen, komen er minder woningen bij, en dat raakt uiteindelijk juist de mensen die een betaalbare woning zoeken. DNB legt daarmee de vinger op een pijnlijke afweging: bescherming op korte termijn tegen aanbod op langere termijn.



