Het Louvre heeft een van zijn beroemdste zalen weer opengesteld, maar de pronkstukken ontbreken. De Apollo-galerij is na negen maanden weer open, zonder de kroonjuwelen die er ooit schitterden.
De roof
De sluiting had een dramatische aanleiding. In oktober 2025 braken vier mensen in via een verhuislift. In minder dan acht minuten maakten ze negen kroonjuwelen buit, waaronder de kroon van keizerin Eugénie. Acht van die negentiende-eeuwse juwelen zijn nog altijd vermist, met een geschatte waarde van zo'n 88 miljoen euro.
Een lege galerij
Wie nu de galerij binnenloopt, ziet vooral wat er niet meer is. De vitrines met juwelen zijn verdwenen. In plaats daarvan keert de zaal terug naar haar oorspronkelijke functie als zeventiende-eeuwse ontvangstgalerij, met haar rijke plafonds en decoraties. De schittering zit voortaan in de zaal zelf, niet meer in de edelstenen.
Gevolgen achter de schermen
De diefstal had ook bestuurlijke naschokken. Directeur Laurence des Cars stapte op, en in februari werd Christophe Leribault als nieuwe directeur aangesteld. Vier verdachten, twee mannen en twee vrouwen, zijn opgepakt. Zij zwijgen over de vraag of er opdrachtgevers achter de roof zaten.
Strengere beveiliging
Het museum grijpt de heropening aan om de veiligheid op te schroeven. Er zijn nieuwe bewakingscamera's en inbraakbeveiliging geïnstalleerd. Om de investeringen te bekostigen zijn de toegangsprijzen voor bezoekers van buiten Europa met 45 procent verhoogd. Daarnaast is een groot plan aangekondigd, "Louvre Nouvelle Renaissance", met een geschat prijskaartje van 800 miljoen euro, om beveiliging en voorzieningen te verbeteren.
Wat overblijft
De heropening is zo een dubbel verhaal. Het Louvre laat zien dat het verdergaat en zijn zalen niet gesloten houdt uit schaamte. Maar de lege plek waar de kroonjuwelen stonden, blijft een stille herinnering aan een roof die in acht minuten werd gepleegd en nog altijd niet is opgelost.



