De cijfers van uitzendbureau Randstad laten zien waar de wereldeconomie op dit moment draait: op datacenters. De omzet van het bedrijf steeg met bijna 2 procent naar 5,9 miljard euro, en die groei komt voor een groot deel uit de Verenigde Staten.
Datacenters vragen om vakmensen
De motor achter de Amerikaanse vraag is de bouw van datacenters, gedreven door de opmars van kunstmatige intelligentie. Al die serverhallen moeten worden gebouwd en gevuld, en dat kost handen. "Voor de datacenters is met name veel behoefte aan vakmensen", zegt topman Sander van 't Noordende: mensen voor de bouw, voor het maken van computers en voor het in elkaar zetten van de serverracks.
Zo vertaalt de AI-hausse zich heel concreet in werk: niet alleen voor programmeurs, maar juist voor bouwvakkers en technici.
In Nederland daalt de vraag
Het beeld dichter bij huis is anders. In Nederland nam de vraag naar uitzendkrachten juist af. Dat hangt samen met nieuwe regels: sinds 1 januari gelden voor uitzendkrachten gelijkgetrokken arbeidsvoorwaarden, waardoor de kosten voor klanten met 4 tot 10 procent stegen. Duurder personeel betekent minder animo om het in te huren.
Wisselend beeld in Europa
Ook binnen Europa lopen de lijnen uiteen. In Spanje groeide de vraag met 12 procent, aangejaagd door logistiek, productie en de voedselindustrie. In Frankrijk en België was het beeld juist minder gunstig, onder meer door wetgeving en het verlies van grote klanten.
Voorzichtig optimisme
Onder de streep bleef er afgelopen kwartaal 84 miljoen euro winst over. Van 't Noordende blijft positief over de operationele groei in fabrieken en distributiecentra.
Voor Randstad als graadmeter van de arbeidsmarkt is de boodschap dubbel: de vraag naar werk verschuift, van landen met strengere regels naar plekken waar de technologische bouwdrift het hardst gaat. Voorlopig ligt dat zwaartepunt aan de andere kant van de oceaan.



