De strijd tegen de tijgermug wordt lastiger. Uit onderzoek blijkt dat de Aziatische tijgermug in hoog tempo resistent wordt tegen een veelgebruikt insecticide, waardoor een van de belangrijkste bestrijdingsmiddelen zijn kracht dreigt te verliezen.
Van nul naar 39 procent
De cijfers laten een snelle opmars zien. In 2016 en 2017 werd er nog geen enkele resistente tijgermug aangetroffen. In 2018 dook de mutatie voor het eerst op, in een kleine populatie. In 2023 droeg al 39 procent van de onderzochte muggen de mutatie die hen ongevoelig maakt.
Het gaat om resistentie tegen pyrethroïden, een groep insecticiden die wereldwijd veel wordt ingezet tegen muggen. Het onderzoek werd uitgevoerd door de North Carolina State University en gepubliceerd in het tijdschrift Royal Society Open Science.
Rijkere buurten, meer resistentie
Opvallend is waar de resistente muggen vooral opduiken: in buurten met duurdere woningen. De onderzoekers vermoeden dat dit samenhangt met het gebruik van bestrijdingsmiddelen: waar vaker en meer wordt gespoten, krijgen juist de muggen die de gifstof overleven de kans om zich voort te planten.
Zo werkt evolutie in het klein: het middel zelf selecteert de exemplaren die er tegen bestand zijn, en die geven hun ongevoeligheid door.
Waarom dit ertoe doet
De tijgermug is niet zomaar een lastige steker. Hij kan ziektes overbrengen als knokkelkoorts (dengue), het zikavirus en chikungunya. Een middel dat niet meer werkt, betekent dus een reëel risico voor de volksgezondheid.
Onderzoeker Martha Burford Reiskind wijst erop dat dit patroon eerder is gezien in delen van Zuid-Amerika en Azië, waar ook veel wordt gespoten. Dat het nu ook in de Verenigde Staten gebeurt, is voor zover bekend nieuw. Haar zorg: lokaal ontstane resistentie kan zich verspreiden, waardoor de muggen ook elders steeds moeilijker te bestrijden worden.
Wat dit betekent voor de aanpak
De les is niet dat bestrijden zinloos is, maar dat leunen op één middel riskant is. Hoe meer een insecticide wordt gebruikt, hoe sneller de muggen leren het te weerstaan. Een bredere aanpak, met minder eenzijdig spuiten en meer aandacht voor het weghalen van broedplaatsen, wordt daarmee belangrijker.



