Na jaren waarin het aantal explosies aan voordeuren almaar toenam, is er voor het eerst een daling. In de eerste helft van 2025 registreerde Nederland 581 aanslagen en pogingen met explosieven, 124 minder dan in dezelfde periode een jaar eerder.
Een kentering
Die daling van bijna 20 procent is opvallend, juist omdat de cijfers de jaren daarvoor de verkeerde kant op gingen. In 2024 was er ten opzichte van 2023 nog een stijging van 71 procent. De nieuwe cijfers wijzen dus op een omslag, na een periode waarin de explosies een vertrouwd en verontrustend beeld werden in woonwijken.
Vuurwerk als wapen
Wat opvalt, is waarmee de aanslagen worden gepleegd. Vrijwel allemaal maken ze gebruik van vuurwerk. In ruim 300 gevallen ging het om zwaar vuurwerk, in zo'n 260 gevallen om vuurwerk gecombineerd met brandstof. Slechts in enkele gevallen ging het om een ander, in elkaar geknutseld explosief.
De daders zijn opvallend jong. Verreweg de meeste aanslagen worden gepleegd door jongeren onder de 25 jaar; minder dan een op de zes verdachten is ouder dan dertig.
De opdrachtgevers in beeld
De kern van de nieuwe aanpak is een verschuiving van blik. Het vorig jaar opgerichte Offensief tegen Explosies kijkt nadrukkelijk verder dan de jongere die het vuurwerk plaatst, naar de tussenpersonen en de opdrachtgevers erachter.
De gedachte daarachter is dat de aanslagen vaak online worden besteld en een middel zijn in het criminele circuit. Wie alleen de uitvoerder aanpakt, raakt niet degene die de opdracht geeft. Door hogerop in de keten in te grijpen, hoopt de aanpak de vraag naar zulke aanslagen te laten opdrogen.
Samenwerking
Aan de aanpak werken meerdere partijen mee: de politie, het ministerie van Justitie en Veiligheid, het Verbond van Verzekeraars en jongerenwerkers. Die laatste groep is er niet voor niets bij: met zoveel jonge daders is preventie, het voorkomen dat jongeren zich laten ronselen, minstens zo belangrijk als opsporing.
De cijfers over de eerste helft van 2025 geven hoop dat de aanpak werkt. Of de daling doorzet, moet de tweede jaarhelft uitwijzen.


