Toen premier Rob Jetten op 21 juni 2026 in Rotterdam excuses aanbood aan de Molukse gemeenschap, paste dat in een patroon dat de laatste jaren steeds duidelijker is geworden: de Nederlandse staat zegt vaker sorry voor onrecht uit het verleden. Wat zit achter die golf van excuses, en wat lossen ze eigenlijk op?

Een reeks van staatsexcuses

De lijst is inmiddels lang. Op 17 februari 2022 maakte toenmalig premier Mark Rutte 'diepe excuses' aan Indonesië voor het 'systematisch en wijdverbreid extreem geweld' van Nederlandse militairen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1945-1949. Vier maanden later bood Rutte excuses aan de Dutchbat III-veteranen van Srebrenica aan.

Het zwaarst woog het slavernijverleden. Op 19 december 2022 bood Rutte namens de staat excuses aan voor de Nederlandse rol in de slavernij. Een deel van de nabestaanden was ontstemd over het haastige karakter en de gekozen datum. Op 1 juli 2023 ging koning Willem-Alexander tijdens de Nationale Herdenking Slavernijverleden een stap verder: hij bood niet alleen excuses aan, maar vroeg ook om vergiffenis.

En dan is er de toeslagenaffaire. Op 15 januari 2021 trad het kabinet-Rutte III af nadat was blootgelegd dat duizenden ouders door de overheid groot onrecht was aangedaan. Rutte erkende dat 'de rechtsstaat de burger had moeten beschermen' en dat het 'verschrikkelijk mis is gegaan'.

Waarom nu?

Dat al deze excuses zich opstapelen, is geen toeval. Historisch onderzoek heeft de afgelopen jaren feiten op tafel gelegd die eerder werden weggemoffeld; het Indonesië-onderzoek is daar het duidelijkste voorbeeld van. Daarnaast is het historisch besef veranderd: onder invloed van internationale bewegingen rond dekolonisatie en racisme, en door aanhoudende druk van belangengroepen en nabestaanden, is erkenning van onrecht een politieke norm geworden. In de NOS-podcast De Dag klinkt dat Nederland 'niet heel goed is in toegeven dat het fout zit', maar dat juist de woordkeuze en de timing bepalen of excuses aankomen.

Herstel of symboolpolitiek?

Daarmee komt de kernvraag in beeld: zijn excuses oprecht herstel of vooral symboolpolitiek? De reacties op Jettens excuses aan de Molukkers vatten het dilemma samen. 'Excuses zijn een mooie eerste stap, nu de daden', klonk het in de gemeenschap. Jetten zelf zei dat de excuses 'pas betekenis krijgen door de daden die volgen' en kondigde eerst grondig onderzoek aan.

De achtergrond verklaart de scepsis: in 1951 werden ongeveer 12.500 Molukse militairen en hun gezinnen naar Nederland gehaald, oneervol ontslagen en ondergebracht in voormalige kampen als Westerbork en Vught.

Daar wringt het. Excuses bevestigen officieel dat onrecht heeft plaatsgevonden en kunnen zo bijdragen aan erkenning en heling. Maar ze herstellen geen geleden schade en lopen het risico het verleden symbolisch af te sluiten zonder concrete vervolgstappen. Bij de toeslagenaffaire bleek dat pijnlijk: ondanks excuses en aftreden verliep de schadeloosstelling van gedupeerde ouders moeizaam. De rode draad door alle voorbeelden is dezelfde: woorden zijn het begin, niet het einde. Of de huidige golf van excuses uiteindelijk als oprecht herstel of als symboolpolitiek de geschiedenis ingaat, hangt af van wat erna komt.