Verzekeraar ASR, een van de grote verzekeraars van Nederland, heeft excuses aangeboden voor de betrokkenheid van zijn voorgangers bij het slavernijverleden. Dat meldt het Algemeen Dagblad.
Een voorganger die slavenschepen verzekerde
De wortels van ASR reiken terug tot Stad Rotterdam, een verzekeringsbedrijf dat in 1720 werd opgericht. Uit historisch onderzoek blijkt dat deze voorloper in de achttiende eeuw schepen verzekerde die betrokken waren bij de trans-Atlantische slavenhandel. Daarbij werden niet alleen de schepen en hun lading verzekerd, maar ook de levens van de tot slaaf gemaakte mensen die aan boord werden vervoerd.
Mensen als 'lading'
Dat laatste maakt op pijnlijke wijze duidelijk hoe ontmenselijkend het systeem was. Wanneer tot slaaf gemaakte mensen tijdens de overtocht omkwamen, keerde de verzekeraar een vergoeding uit aan de eigenaren — een bedrag dat overeenkwam met de verwachte 'verkoopwaarde' in de koloniën. Mensen werden in die constructie behandeld als handelswaar, en hun dood als financieel risico. Het toont aan hoezeer ook de financiële sector verweven was met de slavernij.
Erkenning en onderzoek
Met de excuses sluit ASR aan bij een beweging waarin bedrijven en instellingen hun verleden onder ogen zien. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren onderzoek laten doen naar de geschiedenis van zijn rechtsvoorgangers, en erkent nu publiekelijk de rol die zij speelden. Excuses zijn daarbij een eerste stap; vaak volgt een gesprek over wat verder gepast is, zoals onderzoek, educatie of betrokkenheid bij de nazaten.
Onderdeel van een bredere afrekening
ASR is niet de eerste Nederlandse instelling die deze stap zet. De afgelopen jaren boden onder meer De Nederlandsche Bank en ABN AMRO excuses aan voor hun historische banden met de slavernij. Ook de Nederlandse regering deed dat eind 2022, bij monde van de premier, en stelde geld beschikbaar voor bewustwording en het aanpakken van de doorwerking van het slavernijverleden.
Dat nu ook een verzekeraar volgt, laat zien hoe breed die betrokkenheid reikte: niet alleen reders en handelaren, maar ook banken en verzekeraars verdienden aan een systeem dat mensen tot bezit reduceerde. De erkenning daarvan, zo klinkt het steeds vaker, is nodig om recht te doen aan dat verleden — en aan de mensen voor wie het allesbehalve verleden tijd is.



