Zaterdag begint in Barcelona de Tour de France, en Thymen Arensman staat aan de start met een dubbel gevoel: vertrouwen én voorzichtigheid. De Nederlandse klimmer van Netcompany-Ineos is een van de kopmannen van zijn ploeg, maar of zijn benen na een zware Giro nog even goed zijn, moet nog blijken. Dat schetst ook NOS Sport.

Een maand na de Giro

Arensman reed dit voorjaar de Giro d'Italia en eindigde daar als vierde in het eindklassement — net naast het podium, en een bevestiging dat hij tot de wereldtop van het klimmen behoort. Zo'n prestatie kost echter veel. Drie weken vol koers in de Giro laten sporen na, en tussen die ronde en de Tour zit maar een beperkte periode om te herstellen en opnieuw op te bouwen.

Precies daar zit de onzekerheid. Een renner kan na een sterke Giro met vertrouwen naar de Tour trekken, maar het is nooit gegarandeerd dat de vorm zich laat verlengen. Het lichaam moet de zware inspanning eerst verwerken; te weinig rust en de vermoeidheid slaat halverwege de Tour toe, te veel afbouw en de scherpte is verdwenen. Het is een balanceeroefening waarvan de uitkomst zich pas onderweg toont.

Vorig jaar twee keer raak

Dat Arensman het in de Tour kán, bewees hij vorig jaar overtuigend. In de editie van 2025 won hij twee bergritten: op Superbagnères in de Pyreneeën en op La Plagne in de Alpen. Twee ritzeges in het hooggebergte in één Tour is een uitzonderlijke oogst, zeker voor een Nederlander. Die overwinningen maakten hem in één klap tot een van de opvallendste klimmers van het peloton.

De vraag dit jaar is of hij dat kunststukje kan herhalen — of zelfs overtreffen. De verwachtingen zijn navenant hoger.

Kopman tussen kopmannen

Bij Netcompany-Ineos rijdt Arensman niet als eenling. De ploeg trekt met meerdere kopmannen naar Frankrijk: naast Arensman zijn dat de Fransman Kévin Vauquelin en de Colombiaan Egan Bernal, oud-winnaar van zowel de Tour (2019) als de Giro (2021). Daaromheen staat een sterke ploeg met onder anteren Filippo Ganna en Michal Kwiatkowski, en met Geraint Thomas in een leidende rol vanuit de ploegleiding.

Het idee is om met meerdere ijzers in het vuur op alle fronten mee te doen: klassement bewaken waar het kan, en toeslaan zodra zich een kans voordoet. Voor Arensman betekent dat vrijheid én verantwoordelijkheid. Hij mag zijn kaart trekken, maar de ploeg rekent er ook op dat hij hoog blijft staan.

Uitkijken naar de bergen

De echte antwoorden komen pas als de weg omhoog gaat. In de eerste dagen, met de start in Spanje, draait het vooral om positioneren en uit de problemen blijven. Zodra de Pyreneeën en later de Alpen op het menu staan, wordt duidelijk of Arensman zijn Giro-vorm heeft weten vast te houden.

Voor de Nederlandse wielerliefhebber belooft het hoe dan ook een boeiende Tour te worden. Met een renner die vorig jaar liet zien dat hij de allerbesten kan bergop kloppen, en die dit jaar met nog grotere ambities aan de start verschijnt, is er alle reden om de bergritten scherp in de gaten te houden — met het voorbehoud dat de vorm van na een Giro zich nooit helemaal laat voorspellen.