Bij dit weer is zonnebrand geen overbodige luxe. Maar er gaat in de praktijk veel mis. Deze vier punten helpen je veilig de zon in.

1. Wat zegt die SPF-factor?

SPF (Sun Protection Factor) geeft aan hoeveel UVB-straling een middel tegenhoudt. Het verschil tussen factor 30 en 50 is kleiner dan veel mensen denken: SPF 30 houdt rond de 97 procent van de UVB-straling tegen, SPF 50 zo'n 98 procent. Zowel de Consumentenbond als het KWF Kankerbestrijding noemt factor 30 een prima basis — mits je voldoende smeert en op tijd herhaalt.

2. Let op UVA én UVB

UV-straling bestaat uit twee soorten. UVB verbrandt de bovenste huidlagen; UVA dringt dieper door, veroorzaakt huidveroudering en komt zelfs door glas en bewolking. De SPF-factor zegt alleen iets over UVB. Kies daarom een breedspectrum-middel: let op het UVA-logo, een rondje met de letters UVA erin. Dat garandeert dat het product ook tegen UVA beschermt. Het KWF adviseert voor iedereen, ook kinderen, minimaal factor 30 mét UVA-filter.

3. De meeste mensen smeren te weinig

Dit is misschien wel het belangrijkste. De factor op de verpakking wordt vastgesteld bij een royale hoeveelheid die de meeste mensen in de praktijk niet halen — vaak smeert men maar de helft. Daardoor valt de werkelijke bescherming flink lager uit dan de factor belooft. Vuistregel van het KWF: ongeveer zeven theelepels voor het hele lichaam. En smeer elke twee uur opnieuw, en altijd na het zwemmen of zweten — ook bij 'waterproof'-producten neemt de bescherming in de loop van de dag af.

4. Duur is niet beter

Een goedkoop flesje beschermt net zo goed als een duur, zolang de SPF-waarde en het UVA-logo erop staan: alle in Nederland verkochte zonnebrand moet aan dezelfde Europese normen voldoen. Bij dure merken betaal je vooral voor geur, verpakking en marketing. Let wél op de houdbaarheid — meestal twaalf maanden na openen (het potje-symbool met '12M') — en bewaar het flesje niet in de volle zon, want hitte tast de werking aan.

En verder

Zonnebrand is een aanvulling, geen wondermiddel. Zoek tussen twaalf en drie uur de schaduw, draag een hoed, kleding en een zonnebril, en houd jonge kinderen uit de directe zon. Volgens het Erasmus MC maak je ook mét factor 30 of 50 nog voldoende vitamine D aan — langer in de zon blijven daarvoor is dus niet nodig.