De spanningen in het Midden-Oosten lopen verder op. De Verenigde Staten hebben Iran voor de twaalfde nacht op rij gebombardeerd, terwijl Houthi-rebellen in de Rode Zee twee olietankers beschoten.
Het bombardement
Het Amerikaanse doelwit was deze nacht de grensovergang Shalamcheh, aan de grens met Irak. Volgens het Iraanse persbureau SNN kwamen daarbij twee mensen om het leven. Andere geraakte doelen of slachtoffers zijn niet gemeld.
Het Amerikaanse leger verdedigt de aanvallen door te stellen dat ze bedoeld zijn om "de aanvallen van Iran op onschuldige burgers en commerciële scheepvaart in de regio te verminderen". Dat het inmiddels de twaalfde nacht op rij is, laat zien hoe vastgelopen het conflict is geraakt.
Tankers onder vuur
Op zee escaleerde het eveneens. Houthi's beschoten twee Saudische olietankers in de Rode Zee. Volgens het Saudische persbureau brak op de boeg van minstens één schip brand uit. Alle bemanningsleden konden in veiligheid worden gebracht.
De aanvallen komen niet uit de lucht vallen: eerder deze week kondigden de Houthi's een maritieme blokkade tegen Saudi-Arabië af. De beschietingen lijken daar een uitvoering van.
Een bredere brandhaard
Het geweld blijft niet beperkt tot Iran en de Rode Zee. Ook Koeweit raakte betrokken: het land meldde dat zijn luchtafweer drones heeft neergehaald, waarschijnlijk afkomstig uit Iran.
Zo tekent zich een steeds breder conflict af, met een Amerikaanse bombardementscampagne, aanvallen op de scheepvaart en overslaande spanning naar buurlanden.
Waarom dit ook ons raakt
Wat zich in de Rode Zee en rond de Straat van Hormuz afspeelt, blijft niet ver van huis. Door die zeestraten loopt een groot deel van de wereldwijde olie- en gasstroom. Aanvallen op tankers en een blokkade drijven de onrust op de energiemarkten op, en dat werkt uiteindelijk door tot in de Europese prijzen. Een oorlog ver weg heeft zo een prijskaartje dat ook hier voelbaar wordt.



