De wedloop rond kunstmatige intelligentie heeft een prijskaartje gekregen dat consumenten nu zelf voelen. Om de enorme AI-datacenters te vullen, kopen techbedrijven zoveel geheugenchips op dat er voor gewone elektronica te weinig overblijft. Het gevolg: geheugen wordt schaars, en de prijzen schieten omhoog. Apple sprak onlangs zelfs van de snelste stijging van onderdeelprijzen die het bedrijf ooit meemaakte.

Waarom geheugen ineens schaars is

De motor achter de schaarste is de vraag naar geheugen voor AI-servers. Die servers hebben veel meer, en veel sneller, geheugen nodig dan een gewone computer. Chipfabrikanten richten hun productie daarom steeds meer op dat lucratieve, gespecialiseerde geheugen — en dat gaat ten koste van de standaardchips die in telefoons, laptops en spelcomputers zitten. Volgens onder meer Fortune legt de AI-sector daarmee een steeds groter beslag op de wereldwijde geheugenproductie.

Het aanbod kan die verschuiving op korte termijn niet opvangen. Nieuwe chipfabrieken bouwen kost jaren, en fabrikanten hebben weinig reden tot haast: aan de AI-chips verdienen ze uitstekend. Analisten houden er dan ook rekening mee dat de druk op de markt nog geruime tijd aanhoudt.

Apple trekt de prijzen op

De duidelijkste signalen komen van Apple. Het bedrijf verhoogde de prijzen van zijn Macs en iPads met twintig procent of meer. Zo ging het instapmodel van de MacBook Air van 1.099 naar 1.299 dollar en de basis-MacBook Pro van 1.699 naar 1.999 dollar. Ook de iPad Air werd fors duurder.

Apple wees daarbij rechtstreeks naar de chipmarkt: "De snelle groei van AI-datacenters heeft een buitengewone vraag naar geheugen en opslag doen ontstaan." Het bedrijf voegde eraan toe zoiets nog nooit te hebben gezien — nog nooit stegen onderdeelprijzen zo hard en zo snel.

Ook consoles en pc's

Apple staat niet alleen. Microsoft verhoogde de prijs van Xbox-spelcomputers met opslag met honderd tot honderdvijftig dollar, en verwees daarbij naar geheugenkosten die volgens het bedrijf inmiddels tweeënhalf keer zo hoog liggen als kort daarvoor. Microsoft houdt er bovendien rekening mee dat die prijzen verder oplopen.

Ook fabrikanten van Windows-laptops en desktops kondigden prijsverhogingen aan. Voor de consument betekent dit dat vrijwel de hele markt van consumentenelektronica meebeweegt met de geheugenprijzen — van de goedkoopste telefoon tot de duurste spelcomputer.

Wat het voor de koper betekent

De grote winnaars zijn voorlopig de geheugenfabrikanten, die recordomzetten draaien. De rekening ligt bij consumenten en bij de makers van telefoons en computers, die hun marges zien slinken of de prijsstijging doorberekenen.

Voor wie een nieuw toestel wil kopen, kan het lonen de aankoop goed te timen of langer met het huidige apparaat te doen. Analisten verwachten dat de hogere prijzen de verkoop van telefoons en pc's dit jaar zullen drukken: veel mensen stellen een upgrade uit of kiezen voor een goedkoper of tweedehands model. Hoelang de schaarste aanhoudt, hangt vooral af van hoe snel de chipindustrie extra productiecapaciteit weet bij te bouwen — en dat is een kwestie van jaren, niet van maanden.