Het kabinet wil vanaf schooljaar 2029/2030 nog maar één doorstroomtoets voor leerlingen in groep 8. Nu kunnen basisscholen nog kiezen uit zes verschillende versies van de eindtoets, gemaakt door verschillende aanbieders. Volgens staatssecretaris Tielen leidt die verscheidenheid tot onwenselijke verschillen tussen leerlingen en scholen. Al die versies zouden plaatsmaken voor één uniforme toets die iedereen aan het eind van de basisschool maakt.
Van zes toetsen naar één
De doorstroomtoets is de opvolger van wat vroeger de Cito-toets of de Centrale Eindtoets heette. Sinds enkele jaren maken leerlingen die toets niet meer helemaal aan het einde van het schooljaar, maar eerder, zodat de uitslag nog kan meewegen bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. In het huidige stelsel bepalen scholen zelf welke van de zes goedgekeurde toetsen zij afnemen.
Juist die keuzevrijheid is volgens het kabinet het probleem. De ene toets pakt strenger of makkelijker uit dan de andere. Daardoor kan de uitslag deels afhangen van welke toets een school toevallig gebruikt, in plaats van alleen van het niveau van de leerling.
Waarom het om kansengelijkheid gaat
Het grootste bezwaar tegen het huidige systeem is de vergelijkbaarheid. Leerlingen die ongeveer even goed presteren, kunnen een verschillend advies krijgen — puur omdat hun scholen voor een andere toets kozen. Volgens Tielen worden bepaalde groepen daardoor stelselmatig benadeeld; zo zouden meisjes nu vaak worden onderschat bij het schooladvies. Met één gelijke toets voor iedereen mikt de staatssecretaris op "meer gelijke onderwijskansen".
Ook vanuit het onderwijsveld klinkt al langer kritiek op de wildgroei aan toetsen. Onderwijskoepels zoals de PO-Raad pleiten al langer voor meer eenduidigheid, omdat het huidige stelsel volgens hen bestaande verschillen eerder versterkt dan wegneemt. Het idee van één landelijke meetlat kan in dat licht op brede steun rekenen.
Kanttekeningen blijven
Tegelijk waarschuwen sommigen dat een toets voor kinderen van elf of twaalf jaar altijd risico's houdt. Een uniforme toets neemt de spanning rond die ene meetmoment niet weg, en leerlingen kunnen zich er alsnog door "gefaald" voelen. Het schooladvies van de leerkracht blijft daarom naar verwachting een belangrijke rol spelen naast de toetsuitslag — de toets is een hulpmiddel, geen eindoordeel op zichzelf.
Nog geen definitief besluit
Het kabinet mikt op invoering vanaf schooljaar 2029/2030. Voordat het zover is, gaat Tielen eerst in gesprek met scholen en toetsdeskundigen. De staatssecretaris sluit niet uit dat de invoering wordt uitgesteld als er nieuwe ontwikkelingen zijn. Bovendien vergt de overstap naar één aanbieder een aanpassing van de regels, want het huidige stelsel met meerdere toetsaanbieders ligt wettelijk vast.
Voor scholen, leerlingen en ouders betekent het plan dat het jarenlange lappendeken van eindtoetsen op termijn zou verdwijnen. Of dat daadwerkelijk in 2029/2030 lukt, hangt af van het overleg met het onderwijsveld en de verdere behandeling in Den Haag.



