Nederland en Belgie vervangen hun marineschepen al decennia samen, en dat had ook voor de nieuwe onderzeebootbestrijdingsfregatten moeten gelden. Die afspraak staat nu onder druk: Belgie overweegt zijn twee schepen elders te bestellen, meldt de NOS.

Van 600 miljoen naar 1,3 miljard

De aanleiding is een kostenpost die in enkele jaren ruwweg verdubbelde. Waar aanvankelijk werd gerekend op zo'n 600 miljoen euro per schip, staat de teller nu op ongeveer 1,3 miljard euro per fregat.

Daar komt de vertraging bovenop. De eerste schepen zouden er rond 2027 zijn; inmiddels wordt gesproken over begin jaren dertig, schrijft VRT NWS. Voor Belgie is dat een concreet probleem, want de huidige fregatten Leopold I en Louise-Marie naderen het einde van hun levensduur en moeten hoe dan ook vervangen worden.

"Ronduit onacceptabel"

Defensieminister Theo Francken windt er geen doekjes om: de levering duurt te lang en de schepen worden te duur. Hij noemt de gang van zaken onacceptabel en laat onderzoeken wat er te koop is in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italie en Turkije. In oktober wil hij een knoop doorhakken.

Voor Damen is dat een reeel risico, en niet het eerste. Vorig jaar verloor het concern al een grote Duitse order voor fregatten, eveneens na oplopende kosten en vertragingen.

Waar het misging

De problemen liggen niet op een plek. Het ontwerp bleek aanpassingen nodig te hebben, wat bij marineschepen zelden klein blijft: gewicht, stabiliteit en de inpassing van wapensystemen hangen aan elkaar vast.

Daarnaast speelt capaciteit. De Nederlandse scheepsbouw heeft decennialang weinig complexe oorlogsschepen gebouwd, en die kennis en menskracht bouw je niet in een paar jaar weer op. Ook liepen de Belgische en Nederlandse wensen en budgetten niet gelijk op, wat het programma verder vertraagde.

Meer dan een order

Wat hier op het spel staat, is groter dan de omzet van een bedrijf. Nederland heeft er politiek belang bij dat er in eigen land marineschepen gebouwd kunnen worden: het gaat om kennis, om toeleveranciers en om de mogelijkheid onderhoud en reparatie zelf te doen in een tijd waarin Europa zijn defensie opschroeft.

Valt de Belgische order weg, dan verdwijnt niet alleen werk, maar ook een deel van de schaal die zo'n industrie nodig heeft om rendabel te blijven. Tegelijk is de rekening die nu voorligt lastig te verdedigen tegenover een Belgische belastingbetaler die twee schepen bestelde en er ruim het dubbele voor betaalt, jaren later.

Dat is precies het dilemma dat in oktober op tafel ligt.