Twee koppen over dezelfde jaarcijfers, twee tegengestelde boodschappen. Picnic zou voor het eerst in tien jaar geld opleveren, en Picnic zou opnieuw verlies lijden. Wie de cijfers uit elkaar trekt, ziet dat allebei waar is: het hangt ervan af of je naar Nederland kijkt of naar het hele bedrijf.

Nederland: eindelijk uit de rode cijfers

De Nederlandse tak van de bezorgsupermarkt draait operationeel positief. Dat is voor Picnic een mijlpaal, want het bedrijf bestaat sinds 2015 en heeft al die jaren geld toegelegd op elke bezorgde krat.

De verklaring zit vooral in de logistiek. Picnic heeft zwaar geïnvesteerd in geautomatiseerde distributiecentra, en dat verandert de economie van boodschappenbezorging: de marges in de supermarktbranche zijn dun, dus de winst of het verlies zit in de kosten per order. Als een centrale locatie meer orders kan verwerken zonder evenredig meer personeel, kantelt de rekensom.

Het concern: het verlies loopt juist op

Tegelijk steeg het verlies van het hele concern, en dat komt door de buitenlandse activiteiten. Duitsland en Frankrijk zitten in de fase waar Nederland net uit komt: bouwen, bezorgen tegen verlies, klanten winnen.

Dat is geen ongeluk maar een keuze. Het is hetzelfde model dat Picnic in Nederland heeft toegepast, alleen een jaar of acht later en in een veel grotere markt. Wie het bedrijf beoordeelt op de winst- en verliesrekening van dit jaar, kijkt naar de investering en niet naar het resultaat ervan.

Waarom Duitsland de doorslag geeft

De Duitse markt is de grote inzet. Picnic bouwt daar distributiecentra en bereikt inmiddels een aanzienlijk deel van de Duitse huishoudens. Volgens brancheberichten koerst het bedrijf daar op een omzet van rond een miljard euro.

Als dat lukt en Duitsland dezelfde weg gaat als Nederland, dan is het huidige verlies achteraf een aanloopkost. Lukt het niet, dan is de Nederlandse winst te klein om het gat te vullen. Zo eenvoudig is de weddenschap.

Wat dit voor de klant betekent

Voorlopig weinig, en dat is precies het punt. Een bedrijf dat in zijn thuismarkt eindelijk break-even draait, heeft minder reden om aan de prijzen of de bezorgkosten te sleutelen dan een bedrijf dat structureel verlies lijdt.

Interessanter is wat het zegt over de sector. Boodschappenbezorging is jarenlang afgeschreven als een model dat alleen op investeerdersgeld draait. Dat een van de spelers het in zijn oudste markt rond krijgt, is een aanwijzing dat het model op voldoende schaal wél kan werken. Alleen duurt "voldoende schaal" blijkbaar ongeveer tien jaar.