Burkina Faso heeft besloten de diplomatieke betrekkingen met Frankrijk volledig te beëindigen. De junta van het West-Afrikaanse land, geleid door Ibrahim Traoré, beschuldigt de voormalige kolonisator van neokoloniale ambities en van steun aan gewapende groepen die Burkina Faso en de bredere Sahel destabiliseren.
Verwijt en tegenspraak
In een officiële verklaring stelt de Burkinese regering dat Parijs "subversieve netwerken en terroristen" zou steunen. Frankrijk wijst die beschuldiging stellig af. De Franse minister van Buitenlandse Zaken noemde de breuk volgens de berichtgeving een eenzijdige en ongegronde stap, en hield de deur voor dialoog open.
De junta benadrukte dat het besluit "uitsluitend de diplomatieke betrekkingen tussen beide staten betreft" en niet de historische en culturele banden tussen de bevolkingen. Franse staatsburgers in Burkina Faso houden hun wettelijke bescherming.
Jaren van escalatie
De breuk is het voorlopige sluitstuk van een relatie die al jaren verslechtert. Na twee staatsgrepen in 2022 liep de spanning met Parijs op. De junta verzocht de Franse ambassadeur te vertrekken en zegde de overeenkomst over de aanwezigheid van Franse militairen op. Frankrijk trok daarop zijn troepen terug. Ook de Franse nieuwszender France 24 werd door het bewind van de buis gehaald.
De Sahel keert Parijs de rug toe
Burkina Faso staat niet alleen. Ook buurlanden Mali en Niger, eveneens onder militair bewind, zetten Frankrijk eerder al buiten de deur. De drie landen vormden samen de Alliantie van Sahelstaten (AES), een samenwerkingsverband dat zich nadrukkelijk van het Westen afkeert.
Tegelijk zoeken de Sahel-juntas toenadering tot Rusland, dat met paramilitaire eenheden — de opvolgers van de Wagner Groep — actief is in de regio. Voor Traoré vormen die een alternatief voor de afgewezen Franse militaire samenwerking.
Geweld als rode draad
Achter de diplomatieke breuk schuilt een jarenlange strijd tegen jihadistisch geweld. Burkina Faso wordt geteisterd door aan al-Qaeda en Islamitische Staat gelieerde groepen. Het vertrouwen in de Franse troepen, die het geweld niet wisten te keren, brokkelde af — en juist dat onbehagen voedt het anti-Franse populisme van de junta. Of de samenwerking met Rusland wél meer veiligheid oplevert, is hoogst onzeker: in buurland Mali is de situatie er onder Russische aanwezigheid niet merkbaar op vooruitgegaan.



