De ambitie om medische proeven op apen in Nederland af te bouwen, botst op de praktijk. Minister Rianne Letschert — verantwoordelijk voor het wetenschapsbeleid — laat weten dat dierproeven op apen ook na 2030 mogen doorgaan, meldt NU.nl. Volgens de bewindspersoon zijn de proeven nog altijd onmisbaar voor onderzoek naar ernstige ziekten.

Wat er verandert — en wat niet

Eerder was het streven om richting 2030 toe te werken naar een einde van de apenproeven. De Tweede Kamer had daartoe een amendement aangenomen om het belastinggeld voor de proeven stapsgewijs af te bouwen. Dat plan is inmiddels teruggedraaid, waarna de weg vrijkwam om de proeven voort te zetten. Het huidige kabinet houdt vast aan de lijn dat de proeven voorlopig nodig blijven, met als toevoeging dat er ín 2030 een onderzoek komt naar de noodzaak ervan. De afbouw wordt daarmee vooruitgeschoven, zonder harde einddatum.

De reden die de minister aanvoert, is medisch. Proeven op apen zouden onmisbaar zijn voor de ontwikkeling van medicijnen en voor onderzoek naar ziekten als covid, aids, malaria, alzheimer en parkinson. Doordat apen biologisch sterk op mensen lijken, leveren ze volgens de onderzoekers gegevens op die andere proefdieren niet kunnen bieden. Het uitgangspunt blijft wel dat proeven alleen op apen worden gedaan als het echt niet op andere dieren of met alternatieve methoden kan.

Het BPRC in Rijswijk

De proeven vinden plaats bij het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk, het grootste onderzoekscentrum met apen van Europa. Er worden ongeveer duizend apen gehouden voor wetenschappelijk onderzoek, vooral resusapen en javaapen. Het centrum mag jaarlijks maximaal 150 proeven uitvoeren.

Voor het BPRC betekent het besluit dat de onderzoekspraktijk voorlopig kan doorgaan. Al jaren staat het centrum in de belangstelling, met een terugkerend spanningsveld tussen het belang van medisch onderzoek en de ethische bezwaren tegen het gebruik van apen als proefdier.

'Een gemiste kans'

Bij dierenrechten- en proefdierorganisaties valt het besluit slecht. De stichting Proefdiervrij noemt het besluit een gemiste kans. Volgens critici had juist nu een steviger stap gezet moeten worden richting alternatieven, zoals onderzoek met menselijke cellen, weefselmodellen en computersimulaties, die de laatste jaren in opkomst zijn.

Zij vrezen dat het vooruitschuiven van de afbouw de druk om die alternatieven te ontwikkelen wegneemt. Zolang de proeven zijn toegestaan, zo luidt de redenering, blijft er weinig prikkel om echt werk te maken van een toekomst zonder apenproeven.

Onderzoek in 2030

De belofte van een noodzaakonderzoek in 2030 moet de gemoederen deels sussen. Dan wordt opnieuw bekeken of, en in welke mate, de proeven nog nodig zijn. Voor de tegenstanders is dat een schrale troost: het betekent dat er de komende jaren weinig verandert. Voor de voorstanders van het medisch onderzoek is het juist een geruststelling dat belangrijk ziekteonderzoek niet abrupt wordt stilgelegd. De discussie over de apen van Rijswijk is daarmee nog lang niet voorbij.