De ebola-uitbraak in het oosten van de Democratische Republiek Congo heeft een grimmige mijlpaal bereikt. Het aantal bevestigde besmettingen is opgelopen tot meer dan duizend, blijkt uit cijfers van de Congolese gezondheidsautoriteiten en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Er zijn inmiddels ruim 250 mensen aan de ziekte overleden. Het is een van de zwaarste uitbraken die wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus, een minder bekende ebolavariant waartegen nog geen goedgekeurd vaccin of medicijn bestaat.
Cijfers en locatie
De besmettingscijfers worden dagelijks bijgesteld, maar volgens de meest recente tellingen gaat het om ruim duizend bevestigde gevallen en meer dan 250 doden, het overgrote deel in Congo zelf. De uitbraak concentreert zich in de noordoostelijke provincie Ituri, met afstand het zwaarst getroffen gebied. Daarnaast zijn besmettingen vastgesteld in de buurprovincies Noord-Kivu en Zuid-Kivu, en zijn er enkele gevallen over de grens in Oeganda gemeld. In totaal zijn tientallen gezondheidszones betrokken, wat de indamming bemoeilijkt.
Wat WHO en autoriteiten doen
De WHO riep de uitbraak op 17 mei 2026 uit tot een Public Health Emergency of International Concern, de hoogste internationale alarmfase. Er zijn snelle-responsteams ingezet, is laboratoriumcapaciteit opgeschaald en zijn noodvoorraden zoals beschermende kleding en diagnostische apparatuur aangevoerd. Ook lopen er grootschalige operaties voor contactopsporing.
Een complicerende factor is dat de bestaande ebolavaccins en -medicijnen ontwikkeld zijn tegen het Zaïre-virus en niet zijn goedgekeurd tegen het Bundibugyo-virus. Volgens de CDC bestaat de behandeling daarom vooral uit geoptimaliseerde ondersteunende zorg, zoals vochttoediening en het bestrijden van symptomen. Er wordt met spoed gewerkt aan vaccinkandidaten tegen deze variant.
Context: ebola in Congo
Ebola is een vaak dodelijke virusziekte die zich verspreidt via direct contact met lichaamsvloeistoffen van besmette mensen of dieren. Symptomen zijn onder meer koorts, ernstige vermoeidheid, spierpijn en in latere stadia bloedingen. Het sterftecijfer varieert sterk per uitbraak en virusvariant, van ongeveer 25 procent tot meer dan 80 procent.
Congo is bij uitstek het land van ebola: het virus werd er in 1976 voor het eerst ontdekt, bij de rivier die de ziekte haar naam gaf. Sindsdien heeft het land tientallen uitbraken doorgemaakt. Een van de zwaarste was die in Noord-Kivu en Ituri in 2018-2020, met bijna 2.300 doden. Toen ging het echter om het Zaïre-virus, waartegen wel een werkzaam vaccin beschikbaar was; het ontbreken daarvan maakt de huidige situatie extra zorgwekkend.
De onveilige situatie in het oosten van Congo, waar gewapende groepen actief zijn, bemoeilijkt de hulpverlening verder. De WHO waarschuwde eerder dat de uitbraak samenvalt met conflict en voedseltekorten — een combinatie die de bestrijding aanzienlijk compliceert.



