De hausse rond kunstmatige intelligentie heeft een prijskaartje dat de consument nu ook voelt. Doordat AI-datacenters enorme hoeveelheden geheugenchips opkopen, blijft er minder over voor gewone apparaten. Het gevolg: laptops, smartphones en spelcomputers worden duurder.
Waarom het geheugen op is
Om alle AI-toepassingen te laten draaien, hebben techbedrijven gigantische datacenters vol servers nodig, en die servers slokken werkgeheugen op. Die vraag is zo groot dat er schaarste ontstaat op de markt voor geheugenchips. En schaarste betekent hogere prijzen, ook voor de chips die in je telefoon of laptop zitten.
Dit betekent het in de winkel
De verschillen zijn concreet. Volgens de NOS kost een laptop met 8 GB geheugen zo'n 549 euro, terwijl een verder identiek model met 16 GB nu 749 euro kost, tweehonderd euro meer. Apple verhoogde zijn prijzen met minstens honderd euro. Ook smartphones worden duurder: de Galaxy A-modellen van Samsung zijn dit jaar bij gelijk geheugen zo'n vijftig euro duurder dan vorig jaar. En de gamers ontkomen er evenmin aan: de PlayStation 5 is honderd euro duurder dan begin dit jaar, en de Xbox gaat vanaf augustus in Nederland vijftig euro omhoog.
Minder waar voor je geld
Naast hogere prijzen speelt nog iets: fabrikanten stoppen soms zuinigere onderdelen in dezelfde apparaten om de kosten te drukken. Je betaalt dan hetzelfde of meer, maar krijgt bijvoorbeeld minder geheugen of een tragere opslag. Voor 500 euro haal je zo minder laptop in huis dan een jaar geleden.
Voorlopig geen ommekeer
De schaarste houdt naar verwachting nog wel even aan. Microsoft gaat ervan uit dat het geheugen tegen de herfst van 2027 nog eens twee keer zo duur kan zijn. Chipmakers als SK Hynix en Samsung hebben hun productie voor de komende jaren al grotendeels vergeven, en fabrikant Micron voorziet tekorten tot zeker 2028. Kortom, wie een nieuwe laptop, telefoon of console wil, moet er rekening mee houden dat die de komende tijd niet snel goedkoper wordt.



