Het kabinet wil de manier waarop mbo-scholen worden betaald flink veranderen. In het nieuwe plan gaat geld van instellingen in de Randstad naar scholen in krimpregio's, de gebieden waar de bevolking en het aantal studenten juist terugloopt. Zo moet worden voorkomen dat vakopleidingen daar verdwijnen.
Niet langer alleen op leerlingaantal
Nu krijgen mbo-scholen hun geld vooral op basis van het aantal ingeschreven studenten. Dat systeem pakt slecht uit voor regio's waar de aantallen dalen: minder studenten betekent automatisch minder budget, wat opleidingen in een neerwaartse spiraal kan brengen. In het nieuwe model krijgt elke school een vaster basisbedrag, met daarbovenop een toeslag voor scholen in krimpregio's. Volgens de plannen schuift zo een deel van het budget van drukke naar dunbevolkte gebieden.
Waarom het kabinet ingrijpt
De aanleiding is een structurele bevolkingskrimp in delen van het land, zoals in het noorden, oosten en zuiden. Zonder ingreep dreigen mbo-scholen daar opleidingen te moeten schrappen of zelfs te sluiten. Dat zou gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van vakmensen in de regio, bijvoorbeeld in de zorg, de techniek en de bouw, juist sectoren waar grote tekorten zijn. Het kabinet wil dat een jongere ook buiten de Randstad in de eigen omgeving een vak kan leren.
Randstad levert in
De keerzijde is dat scholen in de Randstad en andere drukke gebieden minder geld krijgen dan waar hun studentenaantal recht op zou geven. Dat is een bewuste keuze om middelen te verschuiven naar kwetsbare regio's. Voor de betrokken instellingen betekent het een aanpassing, en niet iedereen zal daar even blij mee zijn.
Steun en kanttekeningen
In het onderwijsveld klinkt overwegend begrip voor het idee. De sector benadrukt het belang van solidariteit tussen regio's: het behoud van vakopleidingen buiten de grote steden wordt breed als waardevol gezien. Tegelijk zijn er vragen over de precieze uitwerking en de financiële gevolgen voor de scholen die inleveren. De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt en langs de Tweede en Eerste Kamer, voordat ze daadwerkelijk ingaan. De invoering is voorzien over enkele jaren.



