De Amerikaanse muziekmagnaat Clive Davis is op 94-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn woordvoerster overleed Davis thuis in New York aan een ouderdomsgerelateerde ziekte, omringd door familie. Met zijn dood verliest de muziekwereld een van haar invloedrijkste figuren, een man die bijna zes decennia lang de Amerikaanse popmuziek mee vormgaf.
Van advocaat tot platenbaas
Davis begon zijn loopbaan niet als muzikant of producer, maar als jurist. Via de juridische afdeling klom hij op binnen Columbia Records, waar hij eind jaren zestig de leiding kreeg. Een sleutelmoment was het Monterey Pop Festival in 1967, waar hij onder de indruk raakte van het opkomende rocktalent. Hij contracteerde artiesten als Janis Joplin, Santana en Bruce Springsteen, en transformeerde Columbia van een behoudend label tot een rockmacht.
In 1973 kwam aan dat hoofdstuk abrupt een einde. Davis werd door moederbedrijf CBS ontslagen wegens beweerde onregelmatigheden met zijn onkostenrekening. Uiteindelijk werden de meeste aanklachten ingetrokken. De affaire knakte zijn carrière echter niet.
Arista en de hitfabriek
Al in 1974 richtte Davis zijn eigen label op: Arista Records. Daar bevestigde hij zijn reputatie als A&R-man met een 'gouden oor' voor talent. Zijn grootste ontdekking kwam in de jaren tachtig, toen hij de jonge Whitney Houston tekende. Hun samenwerking leverde een ongekende reeks van zeven opeenvolgende nummer 1-singles op, waaronder "How Will I Know" en "I Wanna Dance with Somebody". Houston werd een van de best verkopende artiesten aller tijden, en Davis bleef tot haar dood in 2012 nauw bij haar carrière betrokken.
Daarnaast werkte Davis bij Arista samen met onder meer Aretha Franklin en Barry Manilow. In 1999 vierde hij een opmerkelijke comeback met het Santana-album Supernatural, dat de eerste plaats bereikte en negen Grammy's won, aldus de Hollywood Reporter.
J Records en Alicia Keys
In 2000 begon Davis op bijna zeventigjarige leeftijd nog een nieuw avontuur met het label J Records. Vrijwel meteen scoorde hij opnieuw raak: hij maakte van de jonge zangeres en pianiste Alicia Keys een wereldster. Haar debuut Songs in A Minor verkocht miljoenen exemplaren en leverde haar meerdere Grammy's op, meldt NBC News.
Nalatenschap
Davis werd in 2000 opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en won in de loop van zijn carrière meerdere Grammy's. Zijn jaarlijkse pre-Grammy-gala behoorde decennialang tot de meest prestigieuze evenementen van de muziekindustrie, en zijn naam leeft voort in het Clive Davis Institute of Recorded Music aan de New York University.
Zijn carrière kende ook controverses, zoals het ontslag bij Columbia in 1973. Toch overheerst het beeld van een man die als geen ander hits kon ruiken en artiesten van uiteenlopende genres en generaties naar de wereldtop wist te tillen — van Rod Stewart en Springsteen tot Whitney Houston en Alicia Keys.



