Elk najaar krijgen leerlingen een stapel nieuwe boeken; elke zomer verdwijnen de volgekribbelde werkboeken in de papierbak. Dat patroon kost scholen veel geld en frustreert docenten al jaren. Nu komt er beweging: bijna 1.400 scholen met ruim 650.000 leerlingen sluiten zich aan bij Neon, een nieuwe coöperatieve uitgever. Samen gaat het om ongeveer een kwart van alle leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs.
Wie zit erachter?
Neon is opgezet als coöperatie, met de scholen zelf als leden. Initiatiefnemer is Marten Blankesteijn, bekend van het digitale krantenplatform Blendle. Zijn idee: lesmateriaal dat scholen samen bezitten en dat aanzienlijk goedkoper is. Volgens Neon betalen scholen ongeveer 20 euro per leerling per jaar, plus enkele euro's drukkosten, terwijl de grote educatieve uitgevers doorgaans fors meer rekenen.
Zelf schrijven
Het materiaal wordt gemaakt door een schrijversploeg van zo'n vijftig mensen, vooral ervaren docenten en enkele bekende onderwijsmakers. Volgens de NOS meldden zich meer dan duizend mensen voor die schrijfplekken. De eerste hoofdstukken worden na de zomer op scholen getest en bijgeschaafd; complete methodes worden een schooljaar later verwacht. Doordat het materiaal digitaal en aanpasbaar is, kunnen leraren onderdelen toevoegen, herschikken of weglaten, en zelf bepalen wat ze printen.
Een geconcentreerde markt
De Nederlandse markt voor lesmateriaal wordt al lang gedomineerd door een handvol grote uitgevers. Scholen klagen over hoge prijzen, jaarlijkse verplichte vervangingen en weinig keuzevrijheid. Het initiatief van Neon is een poging om die afhankelijkheid te doorbreken en tegelijk de berg papierafval terug te dringen.
Voordelen en vragen
De aantrekkingskracht is duidelijk: lagere kosten, minder afval en materiaal dat docenten zelf kunnen vormgeven. Tegelijk zijn er vragen. Kan een coöperatie tegen zulke lage kosten dezelfde kwaliteit en ondersteuning leveren als gevestigde uitgevers? En hoeveel tijd kost het docenten om over te stappen op een nieuwe methode? De komende schooljaren moeten uitwijzen of Neon werkelijk een breekijzer wordt in het onderwijs, of een goedbedoeld experiment blijft.



