Vandaag op de bus, morgen in de brievenbus: die vaste regel verdwijnt. Vanaf 12 juli krijgt PostNL twee werkdagen de tijd om een gewone brief te bezorgen in plaats van de dag erna. Een brief die maandag op de bus gaat, mag dus pas woensdag aankomen. PostNL noemt het nadrukkelijk een tussenstap: de standaardbezorging moet daarna verder naar drie dagen.
Een krimpende markt
De aanleiding is een aanhoudende daling van het aantal poststukken. In 2025 gingen er nog ruim 1,5 miljard poststukken door de bus, fors minder dan een decennium geleden. De wettelijk verplichte postbezorging is daardoor al jaren verliesgevend. Om het netwerk overeind te houden zonder staatssteun aan te vragen, besloot het kabinet eind 2025 de bezorgtijden te versoepelen.
Roosters en routes op de schop
De verandering raakt ook de postbodes. PostNL past de roosters van ongeveer 20.000 medewerkers aan en wijzigt bijna een kwart van de looproutes. Het bedrijf zegt dat er voldoende werk blijft, maar dat werktijden en -locaties kunnen veranderen. Voor wie de post niet kan afwachten, blijft snellere bezorging mogelijk tegen een hoger tarief; ook rouwpost en medische post houden voorrang.
Toezichthouder waarschuwt
Niet iedereen is gerust. Toezichthouder ACM waarschuwde eerder dat meer tijd voor de postbode de betrouwbaarheid van de bezorging geen goed doet. Omdat niet elk adres nog dagelijks wordt aangedaan, kan een brief in de praktijk enkele dagen langer onderweg zijn dan de norm. Volgens de ACM raakt dat vooral mensen die op tijdgevoelige post zijn aangewezen.
Het einde van een tijdperk
De maatregel weerspiegelt een bredere ontwikkeling: het papieren briefverkeer loopt terug, ingehaald door e-mail, apps en digitale overheidspost. Veel Europese landen zetten vergelijkbare stappen. Voor Nederland betekent het een langzame afschaling van een dienst waarop het land sinds de invoering van de postzegel kon rekenen: de brief die er morgen is.



