Het kabinet-Jetten wil dat uitgeprocedeerde asielzoekers sneller naar opvang buiten de Europese Unie kunnen worden gestuurd. Het gaat om zogeheten terugkeerhubs: centra buiten de EU waar afgewezen asielzoekers tijdelijk verblijven in afwachting van hun terugkeer naar het land van herkomst. Nederland behoort tot een kopgroep van landen die hier vaart achter wil zetten.
Wat het kabinet wil
Nederland trekt samen op met Oostenrijk, Griekenland, Duitsland en Denemarken. Deze kopgroep voert verkennende gesprekken met landen buiten de EU over het opzetten van zulke hubs. Volgens Hart van Nederland gaat het kabinet "zeker door op dat pad van terugkeerhubs". Welke landen precies worden benaderd, maakt het kabinet niet openbaar. Asielminister Bart van den Brink (CDA) zegt daarover dat hij nog geen mededelingen doet, maar dat het kabinet "zeker ambitieus" is op dat vlak.
Het asieldossier valt onder minister Van den Brink; premier Rob Jetten (D66) leidt sinds februari 2026 een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA. Een eerder plan om een terugkeerhub in Oeganda te realiseren is door het kabinet van tafel gehaald, maar de inzet op hubs als zodanig blijft overeind.
Europees akkoord als basis
De Nederlandse inzet bouwt voort op nieuwe Europese regels. Begin juni bereikten het Europees Parlement en de EU-lidstaten overeenstemming over een terugkeerwet die het mogelijk maakt afgewezen asielzoekers naar terugkeerhubs buiten de EU te sturen, zo meldt de NOS. Asielzoekers hoeven volgens de afspraken geen band met het gastland te hebben, en een eerdere uitzondering voor gezinnen met kinderen werd geschrapt. Als voorwaarde geldt dat gastlanden de mensenrechten moeten respecteren. De regels over terugkeerhubs gaan volgens de NOS sneller in dan veel andere onderdelen van het bredere EU-migratiepact.
Steun en kritiek
Binnen het kabinet wordt het akkoord verwelkomd; terugkeerhubs kunnen volgens de bewindslieden de druk op de Nederlandse asielopvang verlichten en de terugkeer verbeteren. Daar staat kritiek tegenover. Mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties vrezen dat de hubs in de praktijk neerkomen op "gevangenissen voor afgewezen asielzoekers", met risico's op mensenrechtenschendingen. Het kabinet wijst erop dat internationale organisaties als de IOM en de UNHCR betrokken moeten worden en dat mensenrechtengaranties essentieel zijn.
Ook over de haalbaarheid bestaan twijfels. Denktank Clingendael constateerde dat het opzetten van zulke hubs "niet eenvoudig" is, omdat weinig landen bereid zijn mee te werken en die landen daardoor hoge eisen kunnen stellen. Tot nu toe zijn er, voor zover bekend, nog geen concrete akkoorden met derde landen gesloten.
Hoe nu verder
De kopgroep van vijf EU-landen zet de gesprekken met landen buiten de EU voort. Of en wanneer de eerste terugkeerhub er daadwerkelijk komt, is nog onduidelijk. Het kabinet-Jetten maakt intussen duidelijk dat het deze koers wil versnellen, terwijl tegenstanders aandringen op stevige juridische en mensenrechtelijke waarborgen.



