Bij land- en tuinbouwbedrijven die vlak bij scholen of beschermde natuurgebieden liggen, gaat het geregeld mis met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dat blijkt uit een controle van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Op bijna een derde van de onderzochte percelen constateerde de toezichthouder overtredingen, meldt de NOS.

Bijna een derde in de fout

De NVWA inspecteerde 103 percelen die grenzen aan scholen of aan zogeheten Natura 2000-natuurgebieden. Op 32 daarvan — ongeveer 31 procent — werden overtredingen vastgesteld. Soms ging het om te hoge doseringen, in andere gevallen om middelen die in Nederland helemaal niet zijn toegelaten. Onder de aangetroffen stoffen waren propamocarb, fluopicolide en amisulbrom.

Vlak bij een basisschool

De inspectie leverde concrete voorbeelden op. Een akkerbouwbedrijf in het Overijsselse Bergentheim, op nog geen vijfhonderd meter van een basisschool, gebruikte verkeerde middelen bij de teelt van suikerbieten. In het Brabantse Woudrichem ging een teler in de fout bij de teelt van sjalotten en spinazie. De betrokken bedrijven kregen officiële waarschuwingen; in totaal greep de NVWA bij negentien bedrijven in.

Waarom het risico telt

Onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan volgens de toezichthouder leiden tot acute gezondheidsklachten en wordt in verband gebracht met chronische aandoeningen. Ook kunnen de stoffen het bodemleven, ecosystemen en het oppervlaktewater ernstig verstoren. Juist de nabijheid van scholen maakt de bevindingen gevoelig: het zijn kinderen die er dagelijks in de buurt zijn.

Hoe nu verder

De NVWA blijft de naleving rond scholen en natuurgebieden controleren. Voor de sector is de boodschap duidelijk: de regels over wát mag worden gebruikt, in welke dosering en op welke afstand, zijn er niet voor niets. Dat bijna een derde van de gecontroleerde percelen niet in orde was, laat zien dat er aan de naleving nog het nodige te verbeteren valt.