Dat vogels kunnen vliegen weet iedereen, maar vinden ze het ook léuk? Onderzoekers van de Universiteit Utrecht zochten het uit bij roze kaketoes, de Australische galahs, en hun conclusie is duidelijk: de dieren ervaren positieve emoties zodra ze mogen vliegen. Het onderzoek werd beschreven door onder meer Phys.org en NU.nl.
Hoe meet je een blij gevoel?
Een vogel kun je niet vragen hoe hij zich voelt, dus moesten de onderzoekers het gevoel indirect afleiden. Ze deden dat bij een groep galahs op drie manieren tegelijk.
Ten eerste keken ze naar het gedrag na het vliegen: de vogels vertoonden dan meer ontspannen, natuurlijk gedrag, zoals rustig foerageren, iets wat dieren doen als ze zich op hun gemak voelen. Ten tweede gebruikten ze een zogeheten optimisme-test, waarbij te zien is of een dier eerder iets goeds of iets slechts verwacht in een onduidelijke situatie. Ten derde bepaalden ze via de uitwerpselen de hoeveelheid stresshormoon in het lichaam.
Wat eruit kwam
De uitkomsten wezen dezelfde kant op. Kregen de kaketoes de keuze, dan kozen ze vrijwel altijd voor vliegen. Na een periode waarin ze regelmatig konden vliegen, maakten ze bovendien optimistischer keuzes in de test: ze leken positiever gestemd. Vogels die juist langere tijd niet konden vliegen, werden eerder somberder in hun keuzes.
Samen wijzen die metingen er volgens de onderzoekers op dat vliegen niet alleen een handige manier van verplaatsen is, maar dat het de dieren ook een goed gevoel geeft.
Waarom dat uitmaakt
De bevindingen hebben praktische betekenis voor iedereen die vogels houdt. Ze onderstrepen dat ruimte om te vliegen geen luxe is, maar een echte behoefte. Een vogel die vooral in een kleine kooi zit, kan die behoefte niet vervullen, en dat gaat volgens dit onderzoek ten koste van zijn welzijn.
De boodschap is dus simpel: geef vogels de ruimte om te vliegen. Voor kaketoes, zo laat het onderzoek zien, is dat niet zomaar leuk om te zien, maar draagt het bij aan een gelukkiger dier.



