Een kapper knipt het gewoon weg, maar voor een wetenschapper is een pluk haar een schat aan informatie. Haar groeit namelijk gestaag, ongeveer een centimeter per maand, en legt onderweg allerlei stofjes vast. Daardoor werkt een haar als een soort tijdlijn: hoe verder van de haarwortel, hoe langer geleden, schrijft New Scientist.

Een tijdlijn op je hoofd

Waar bloed en urine vooral een momentopname geven, biedt haar een terugblik over een langere periode. Een lok van pakweg drie centimeter beslaat ongeveer de laatste drie maanden. Onderzoekers kunnen zo'n haar in stukjes verdelen en per segment bekijken wat er in die periode in het lichaam speelde. Dat maakt haar een aantrekkelijk 'archief' voor onderzoek dat verder terug wil kijken dan een enkele meting.

Van stresshormoon tot drugs

Een van de bekendste toepassingen is het meten van stress. Het stresshormoon cortisol hoopt zich op in het groeiende haar, en wetenschappers gebruiken dat om langdurige, chronische stress in kaart te brengen, zoals beschreven in onderzoek in het vakblad Psychoneuroendocrinology. Het voordeel: één prik of één stressvolle dag verstoort de uitkomst niet, omdat het over een langere periode gaat.

Ook in de forensische wereld is haar waardevol. In het haar zijn sporen van drugs of medicijnen terug te vinden, en doordat haar langzaam groeit, kan een toxicoloog bij benadering nagaan wanneer iets is gebruikt. Daarnaast laten voeding en blootstelling aan bepaalde stoffen sporen na in de mineralen die zich in het haar afzetten.

Niet zo eenvoudig als het lijkt

Toch is haaranalyse geen kristallen bol. De uitkomsten worden beïnvloed door allerlei factoren: de haarkleur, de plek op het hoofd waar het monster wordt genomen, en behandelingen als verven of ontkrullen kunnen het beeld vertekenen. Verschillende laboratoria komen soms tot verschillende resultaten.

Ook de veelbelovende stressmeting kent haar grenzen: het verband tussen de hoeveelheid cortisol in het haar en hoeveel stress iemand daadwerkelijk ervaart, is lang niet altijd sterk. Haar vertelt dus een verhaal, maar het is aan de wetenschap om zorgvuldig te luisteren en niet meer te lezen dan er staat. Voorlopig blijft het een fascinerend idee: dat het antwoord op vragen over ons lichaam soms gewoon op ons hoofd zit.