Wie over de Oosterschelde uitkijkt, ziet water. Maar wie eronder duikt, komt in een andere wereld terecht. Volgens archeologen ligt de bodem er vol met de resten van verdronken dorpen, en juist die krijgen weinig aandacht.
Een land dat verdronk
"Het ligt hier vol met verdronken dorpen en de resten daarvan", zegt duiker en archeoloog Miriam Kruijssen. In de loop van de eeuwen zijn in dit deel van Zeeland stukken land door het water opgeslokt, met huizen, kastelen en al. Wat aan de oppervlakte verdween, bleef op de bodem bewaard.
Onder de resten die zijn teruggevonden, zijn overblijfselen van kasteel Lodijke, dat bij een verdronken dorp hoorde, en een scheepswrak bij de Zeelandbrug.
Onderschat erfgoed
Toch is er lang weinig professionele aandacht voor geweest. Archeologen richtten zich eerder vooral op de Waddenzee, terwijl de Zeeuwse wateren onderbelicht bleven. Kruijssen wil dat beeld bijstellen: het gaat niet om spectaculaire schatten, maar om cultuurhistorie.
"Je moet niet gaan denken aan gouden munten of zo, maar er zijn zoveel archeologische resten die aandacht verdienen", zegt ze. Het is een pleidooi om de bodem van de Oosterschelde serieus te nemen als erfgoed.
Duiken naar het verleden
Het onderzoek gebeurt vanaf het onderzoeksschip Gerdia, van waaruit duikers de bodem afspeuren. Het werk gebeurt onder de vlag van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Stukje bij beetje brengen de duikers in kaart wat er onder het oppervlak ligt.
Zelf komen kijken
Wie meer wil weten, kan er binnenkort kennis mee maken. Vrijdagmiddag is er een bijeenkomst in het Zeeuws Archeologisch Depot in Middelburg, met vondsten en een live verbinding naar het onderzoeksschip.
Zo wordt een verborgen deel van de Zeeuwse geschiedenis even zichtbaar: niet als goudschat, maar als een landschap van verdwenen dorpen dat nog altijd onder water bewaard ligt.



