Sommige verhalen gaan over veel meer dan sport. Dat van de Nederlandse sprinter Arvid de Kleijn is er zo een. De 32-jarige renner maakt deze zomer zijn debuut in de Tour de France, na een jaar vol ingrijpende gebeurtenissen. Hij rijdt de koers met zijn overleden vader in gedachten.

Een jaar van uitersten

Het afgelopen jaar bracht De Kleijn het mooiste en het zwaarste vrijwel tegelijk. Begin dit jaar werd hij vader van een dochter, een groot geluk. Kort daarna verloor hij zijn eigen vader, die overleed aan kanker. En alsof dat nog niet genoeg was, werd hij later dit jaar het slachtoffer van een gewelddadige aanval waarbij hij gewond raakte. Zoveel emotie in korte tijd zou velen uit balans brengen. De Kleijn koos ervoor om door te gaan.

De belofte van de camper

Bijzonder is het verhaal dat De Kleijn met zijn vader deelde. Zijn vader zei altijd dat hij, als zijn zoon ooit de Tour zou rijden, met de camper achter hem aan zou reizen. Het was een belofte die veel zei over hun band. Dat de Tour er nu echt is, maar zijn vader er niet meer is om die belofte in te lossen, geeft dit debuut een dubbel gevoel. In gedachten rijdt zijn vader toch mee, bij elke etappe.

Van tegenslag naar de start

Dat De Kleijn überhaupt aan de start staat, is niet vanzelfsprekend. Hij kwam als vervanger in de selectie en moest zich meteen bewijzen. De renner, die eerder de klassieker Milaan-Turijn op zijn naam schreef, is een echte sprinter en zal zijn kansen zoeken in de vlakke etappes. Maar naar eigen zeggen valt de sportieve strijd in het niet bij wat hij dit jaar thuis heeft doorgemaakt.

Meer dan een uitslag

Voor De Kleijn draait deze Tour daarom niet alleen om ritzeges of klasseringen. Het is een eerbetoon: aan zijn vader, aan zijn kersverse gezin en aan zijn eigen veerkracht. Dat hij er staat, na alles wat er gebeurd is, is voor hem al een overwinning op zich. Wat er sportief ook gebeurt, zijn deelname aan de Tour is een verhaal van doorzetten waar het leven het zwaarst is.