De kans op een onrustige periode op de arbeidsmarkt groeit. De vakbonden bereiden nieuwe, grote stakingen voor om hun eisen kracht bij te zetten. Tegelijk zijn ze zich er zelf van bewust dat zulke acties niet zonder risico zijn.

Waar het om draait

De onvrede bij werknemers gaat vooral over geld. Ondanks loonstijgingen van de afgelopen jaren hebben veel mensen het gevoel dat hun koopkracht is achtergebleven bij de prijzen. Daar komt bij dat het kabinet plannen heeft die werknemers in de portemonnee raken, waaronder maatregelen rond uitkeringen en sociale zekerheid. Voor de bonden is dat aanleiding om de druk op te voeren, aan de cao-tafels en met acties op straat.

Meerdere sectoren

Stakingen kunnen in verschillende sectoren opduiken, van het openbaar vervoer tot de zorg en het onderwijs. Juist in die publieke sectoren zijn de vakbonden sterk vertegenwoordigd, en juist daar zijn acties het meest zichtbaar: een staking in het ov of in de zorg raakt in één klap grote aantallen mensen. Dat maakt zulke acties tot een krachtig drukmiddel, maar ook tot een gevoelig instrument.

De risico's die de bonden zelf zien

Opvallend is dat de bonden de nadelen niet verzwijgen. Grote stakingen leggen delen van het land plat: reizigers komen niet op hun werk, ouders moeten opvang regelen en bedrijven lopen schade op. Ook bestaat het risico dat het draagvlak afneemt als acties te vaak of te lang duren, zowel onder het publiek als onder de eigen leden, die bij een staking loon mislopen. De bonden wegen dus voortdurend af hoe ver ze willen gaan.

Wat er nu speelt

Of en wanneer de grote stakingen er daadwerkelijk komen, hangt af van hoe de onderhandelingen de komende tijd verlopen. Komen werkgevers en kabinet de bonden tegemoet, dan kan de dreiging van tafel. Gebeurt dat niet, dan groeit de kans op een najaar vol acties. Voor werknemers, werkgevers en reizigers is het daarom afwachten of het bij voorbereidingen blijft, of dat het land zich moet opmaken voor stakingen die overal voelbaar zijn.