De trainers staan een keer in de schijnwerpers. Drie coaches maken kans op de Rinus Michels Award, de prijs voor de beste trainer van het Nederlandse voetbalseizoen. Peter Bosz, Anthony Correia en Dick Schreuder zijn genomineerd, elk voor een seizoen met een heel eigen verhaal.
Bosz: de titel
Peter Bosz maakt kans op basis van de meest tastbare prestatie: het kampioenschap. Als trainer van PSV pakte hij de landstitel, en dat verzekert hem sowieso van een plek tussen de genomineerden. Waar succes bij een topclub soms als vanzelfsprekend wordt gezien, telt een gewonnen titel voor de jury zwaar mee. Voor Bosz is het bovendien niet zijn eerste sterke seizoen, wat zijn kandidatuur extra gewicht geeft.
Correia: overleven met Telstar
Anthony Correia staat symbool voor een heel ander soort prestatie. Met promovendus Telstar, een kleinere club, wist hij zich in de Eredivisie te handhaven. Voor een ploeg met beperkte middelen is dat een knappe klus: het gaat niet om prijzen, maar om overleven op het hoogste niveau. Juist dat soort verhalen wordt bij de Rinus Michels Award gewaardeerd, omdat het laat zien wat een trainer met weinig middelen voor elkaar kan krijgen.
Schreuder: NEC naar Europa
Dick Schreuder completeert het rijtje met NEC. Onder zijn leiding eindigde de club hoog in de competitie en plaatste zich voor Europees voetbal, een resultaat dat vooraf lang niet vanzelfsprekend was. Zo'n stap voorwaarts met een middenmoter spreekt tot de verbeelding en maakt Schreuder tot een serieuze kandidaat.
Wie wint?
De prijs erkent niet alleen wie de meeste punten pakte, maar ook wie het meeste uit zijn ploeg haalde. Daardoor is de uitkomst allesbehalve vanzelfsprekend: een titel, een knappe handhaving en een verrassende Europese kwalificatie zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Wie de trofee uiteindelijk mee naar huis neemt, is aan de vakjury. Wat de drie genomineerden delen, is dat ze elk op hun eigen manier het maximale uit hun club haalden.



