Het verhaal is aantrekkelijk en het komt elk jaar terug: de generatie die opgroeide met een telefoon in de hand, heeft er genoeg van. Ze puzzelen, breien, kleuren in en ruilen hun smartphone in voor een toestel dat alleen kan bellen. Er is alleen een probleem met dat verhaal: het bewijs erachter is dunner dan de stelligheid waarmee het wordt verteld.

Wat wel vaststaat: het ongemak

Dat jongeren zich niet lekker voelen bij hun eigen schermgebruik, is goed gedocumenteerd. Uit onderzoek van Netwerk Mediawijsheid onder 16- tot 25-jarigen blijkt dat 60 procent vindt te lang achter een scherm te zitten. Bijna een derde meldt slechter te slapen door telefoongebruik, en ongeveer een zesde heeft lichamelijke klachten.

Tegelijk laat datzelfde onderzoek zien waarom afkicken zo lastig is: media helpen jongvolwassenen ook om contact te houden en te ontspannen. Het is geen gewoonte die je zomaar wegstreept, want er zit iets waardevols in.

En het bredere onbehagen

Dat het niet best gaat met het mentale welzijn van jongeren, bevestigt het Sociaal en Cultureel Planbureau: stress en prestatiedruk zijn wijdverbreid, en meisjes rapporteren dat sterker.

Maar de schuldvraag ligt genuanceerder dan de trendverhalen suggereren. Uit het onderzoek Geluk onder druk van het Trimbos-instituut komt schooldruk naar voren als belangrijkste stressbron, niet sociale media. Wie de telefoon aanwijst als de oorzaak van alles, slaat een deel van het probleem over.

Waar het bewijs ophoudt

Dan de trend zelf. Voor de claim dat Nederlandse jongeren nu massaal puzzelen en kleuren in plaats van scrollen, zijn nauwelijks harde cijfers te vinden. Verkoopdata van boekhandels of uitgevers die dit specifiek onderbouwen, zijn niet openbaar beschikbaar; de cijfers die in trendartikelen circuleren, zijn vaak internationaal, komen van commerciele partijen en gaan over zoekopdrachten of over niches als vinyl.

Dat is niet niks, maar het is iets anders dan een gemeten gedragsverandering onder Nederlandse jongeren. Ook bij de dumbphone geldt: onderzoeken meten hoeveel mensen zeggen zo'n toestel te overwegen, wat iets heel anders is dan hoeveel mensen er daadwerkelijk een kopen en houden.

Twee verhalen die op elkaar lijken

Wat er waarschijnlijk gebeurt, is dat twee dingen door elkaar lopen. Er is een reeel en goed gemeten ongemak over schermtijd, dat veel jongeren herkennen. En er is een aanbodkant, van uitgevers, winkels en fabrikanten, die daar dankbaar op inspeelt met kleurboeken, puzzels en eenvoudige telefoons, en die het graag een beweging noemt.

Van het eerste weten we dat het bestaat. Van het tweede weten we vooral dat het verkocht wordt.

Waarom dat onderscheid telt

Dit is geen pleidooi om puzzelen te ontmoedigen; er is weinig mis met een avond zonder telefoon. Het punt is dat een trendverhaal een oplossing suggereert die er nog niet is. Als je gelooft dat jongeren het probleem zelf al aan het oplossen zijn met een kleurboek, verdwijnt de urgentie van de moeilijkere vragen: over schooldruk, over hoe apps zijn ontworpen om aandacht vast te houden, en over wat scholen en ouders daarin kunnen doen.

Een kleurboek is een prettig tijdverdrijf. Het is geen beleid.