Een regenbui geeft het gevoel dat de droogte voorbij is. Voor de tuin klopt dat een dag of twee. Voor de waterhuishouding van een heel land is het rekenwerk minder vrolijk: het neerslagtekort in Nederland loopt op naar ruim 200 millimeter, en daarmee komt 2026 in de vijf procent droogste jaren sinds het begin van de metingen terecht.

Wat een neerslagtekort eigenlijk is

Het neerslagtekort is geen maat voor hoeveel het geregend heeft, maar voor het verschil tussen wat er verdampt en wat er valt. Bij warm, zonnig en winderig weer verdampt er veel, en dan groeit het tekort ook op dagen dat er een bui valt.

Het KNMI gebruikt dit cijfer om droogte te volgen. Sinds dit jaar gebeurt dat het hele jaar door, van 1 januari tot en met 31 december, terwijl vroeger alleen de periode van april tot en met september werd doorgerekend. Dat is een verstandige aanpassing, want droogte begint tegenwoordig eerder in het jaar.

Het westen het droogst

Eerder deze maand stond de teller op 167 millimeter, boven het langjarig gemiddelde voor de tijd van het jaar, maar nog onder de grens van de vijf procent droogste jaren. Door het aanhoudende zonnige zomerweer schoof dat cijfer richting de 200 millimeter, meldde Weeronline.

De verschillen binnen het land zijn groot. Het uiterste westen en zuidwesten zijn het droogst; in het noordoosten valt het aanzienlijk mee. In het westen worden de eerste concrete problemen zichtbaar: toenemende verzilting en op sommige plekken meldingen van blauwalg.

Van weerbericht naar waterbeleid

Dat het menens is, blijkt uit de opschaling van de Landelijke Coordinatiecommissie Waterverdeling naar niveau 1, dreigend watertekort. In dat overleg stemmen Rijkswaterstaat, de waterschappen en andere waterbeheerders af hoe het beschikbare water wordt verdeeld.

Die verdeling is een kwestie van harde keuzes. Bovenaan staan de veiligheid van dijken en het voorkomen van onomkeerbare schade aan natuur en veenbodems, daarna komen drinkwater en energievoorziening, en pas daarna landbouw, scheepvaart en recreatie. Dat betekent dat sproeiverboden en beperkingen voor de scheepvaart eerder in beeld komen dan een lagere waterdruk in de kraan.

Waarom die bui niet helpt

Terug naar de bui. Een landelijk gemiddelde van een paar millimeter is bij een tekort van 200 millimeter statistisch bijna niet te zien. Bovendien loopt regenwater na een lange droogteperiode voor een groot deel over de verharde bovenlaag weg in plaats van de grond in te trekken.

Wat wel helpt, is dagenlange, rustige motregen, precies het weertype waar Nederlanders het meest over klagen. Zolang dat uitblijft, blijft het tekort staan waar het staat, hoe indrukwekkend de onweersbuien op de radar er ook uitzien.