De ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo dijt verder uit. De teller staat volgens de recentste tellingen op ruim 1.400 bevestigde besmettingen en enkele honderden doden, schrijft de Volkskrant. Daarmee behoort deze uitbraak tot de grootste sinds het virus in de jaren zeventig werd ontdekt.

De cijfers

Volgens de gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie waren er begin juli in Congo ongeveer 1.406 bevestigde besmettingen en 438 doden. Omdat ebolacijfers dag op dag oplopen en verschillende bronnen verschillende peildata hanteren, lopen de precieze aantallen soms uiteen; de Volkskrant noemde bijvoorbeeld iets hogere cijfers. Wat de exacte stand ook is, het beeld is eenduidig: de uitbraak groeit nog steeds, en is inmiddels een van de grootste ooit geregistreerd.

De uitbraak, die in mei werd afgekondigd, blijft niet tot Congo beperkt. Ook in buurland Oeganda zijn enkele tientallen besmettingen en enkele doden vastgesteld. Voor de regio is dat een verontrustend signaal, omdat het virus zich over de grens verspreidt.

Een lastige virusstam

Wat deze uitbraak extra zorgelijk maakt, is de betrokken virusstam. Het gaat om het zogeheten Bundibugyo-ebolavirus, en niet om de bekendere en meest voorkomende Zaïre-stam. Dat verschil is cruciaal: de bestaande, goedgekeurde ebolavaccins en -behandelingen zijn ontwikkeld tegen de Zaïre-stam. Tegen Bundibugyo is op dit moment geen routinematig inzetbaar vaccin beschikbaar.

Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Wereldwijd wordt er hard gewerkt aan het versneld testen van vaccinkandidaten die specifiek op de Bundibugyo-stam zijn gericht, en er lopen onderzoeken met experimentele medicijnen. Die middelen zijn echter nog niet breed beschikbaar, waardoor de bestrijding voorlopig vooral op andere manieren moet plaatsvinden.

Bestrijding in een moeilijk gebied

De uitbraak speelt zich grotendeels af in het oosten van Congo, een regio die al jaren gebukt gaat onder gewapend conflict. De gezondheidszorg is er fragiel en hulpverleners kunnen delen van het gebied moeilijk en soms alleen met gevaar bereiken. Die combinatie van onveiligheid, wantrouwen en logistieke problemen maakt het indammen van het virus buitengewoon lastig — en betekent dat het werkelijke aantal besmettingen mogelijk hoger ligt dan officieel gemeld.

De bestrijding leunt daarom op de klassieke ebola-aanpak: het opsporen en volgen van contacten van besmette personen, het isoleren van patiënten, het inrichten van behandelcentra en het veilig uitvoeren van begrafenissen. Internationale organisaties ondersteunen de respons.

Hoogste noodstatus

De WHO nam de uitbraak hoog op en riep de zwaarste noodstatus uit die de organisatie kent: een 'Public Health Emergency of International Concern'. Die status moet internationale coördinatie, financiering en hulp vergemakkelijken.

Ebola is een van de dodelijkste bekende virussen; zonder behandeling overlijdt een groot deel van de besmette patiënten. Dat maakt snelle indamming van levensbelang. De opeenstapeling van complicerende factoren — een moeilijk bereikbare conflictregio, een virusstam zonder kant-en-klaar vaccin, en een epidemie die maar blijft groeien — maakt deze uitbraak tot een zware beproeving voor de gezondheidszorg in de regio en daarbuiten.