Af en toe haalt het nieuws: er is een nieuwe diersoort ontdekt. Maar wat betekent 'ontdekt' eigenlijk, en wanneer telt een dier officieel als een nieuwe soort? Achter zo'n mededeling gaat een verrassend streng en zorgvuldig proces schuil, legt de NOS uit.

Eerst kijken, dan vergelijken

Het begint met een waarneming: een bioloog ziet een dier, een insect of een vis waarvan hij vermoedt dat het niet in de boeken staat. Maar een vermoeden is nog geen soort. De onderzoeker moet aantonen dat het dier echt verschilt van alles wat al beschreven is.

Daarvoor wordt het dier nauwkeurig bestudeerd: de bouw van het lichaam, de vorm van schedel, tanden of vleugels, soms de kleur of het geluid. Steeds vaker komt daar DNA-onderzoek bij. Door het erfelijk materiaal te vergelijken met dat van bekende, verwante soorten kunnen wetenschappers vaststellen of ze echt met iets nieuws te maken hebben, of 'slechts' met een variatie binnen een bestaande soort. Dat onderscheid is lastig: individuen van dezelfde soort kunnen flink van elkaar verschillen.

Het typespecimen

Wordt geconcludeerd dat het inderdaad een nieuwe soort is, dan volgt een bijzondere stap. De onderzoeker wijst één exemplaar aan als 'holotype', het typespecimen. Dat ene dier, meestal bewaard in een museumcollectie, geldt voortaan als het ijkpunt waaraan de soort wordt afgemeten. Daarnaast kunnen extra exemplaren, de zogeheten paratypen, worden vastgelegd. Zo blijft ook voor latere generaties wetenschappers precies na te gaan wat met de soort werd bedoeld.

Een naam in twee delen

De soort bestaat pas officieel als de beschrijving wordt gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Daarmee krijgt het dier zijn wetenschappelijke naam, die altijd uit twee delen bestaat: een geslachtsnaam en een soortnaam, zoals Homo sapiens of Panthera leo. Dat systeem, de binominale nomenclatuur, gaat terug op de achttiende-eeuwse Zweed Carl Linnaeus en wordt wereldwijd gebruikt, zodat iedere soort overal dezelfde, eenduidige naam heeft.

Nog een wereld te ontdekken

Ondanks al die zorgvuldigheid gaat het om grote aantallen: wereldwijd worden elk jaar vele duizenden nieuwe diersoorten beschreven, het overgrote deel insecten en andere kleine ongewervelden. Grotere dieren zijn zeldzamer; zo werden er de afgelopen vijfenzeventig jaar maar een handvol nieuwe apensoorten in Afrika beschreven.

Toch is het meeste leven op aarde nog altijd niet in kaart gebracht. In tropische regenwouden, koraalriffen en de diepzee wachten naar schatting miljoenen soorten nog op ontdekking. Het risico is groot dat een deel daarvan verdwijnt door ontbossing en klimaatverandering nog voordat de wetenschap ze een naam heeft kunnen geven, een stille race tegen de klok die zich grotendeels buiten de schijnwerpers afspeelt.