Het schooladvies in groep 8 hoort af te hangen van wat een kind kan, niet van bij wie het toevallig in de klas zit. Toch is dat laatste precies wat gebeurt, blijkt uit onderzoek van Max Coveney, universitair docent aan de Erasmus School of Economics.

Wat er is onderzocht

Coveney vergeleek gegevens van ongeveer 460.000 leerlingen, uit zo'n 200.000 gezinnen en meer dan 5.200 basisscholen, over de periode 2006 tot 2021. Die data komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is een grote steekproef, en dat is belangrijk: het maakt het mogelijk om kinderen met vrijwel identieke toetsscores met elkaar te vergelijken.

De vraag was simpel. Krijgen kinderen die even goed scoren ook hetzelfde advies? Het antwoord is nee.

Wat het laat zien

De uitkomst draait om de positie in de klas. Een leerling die tot de best presterende van zijn klas hoort, heeft een grotere kans op een vwo-advies. Zit een kind met exact dezelfde score in een klas waar het gemiddelde hoger ligt, dan valt het advies vaker lager uit.

"Zelfs als de gemeten scores precies hetzelfde zijn", vat de NOS de bevinding samen, telt de omgeving mee. Niet de absolute prestatie geeft de doorslag, maar de prestatie ten opzichte van de klasgenoten.

Waarom dat een probleem is

Dat lijkt een detail, maar het raakt aan kansengelijkheid. Het advies in groep 8 bepaalt naar welk niveau een kind gaat, en dat werkt door in de hele verdere schoolloopbaan. Als datzelfde kind in een andere klas een hoger advies zou krijgen, hangt zijn toekomst mede af van iets waar het geen invloed op heeft: de samenstelling van de groep waarin het is geplaatst.

De leraar treft daarbij geen kwade opzet. Het gaat om een onbewust mechanisme: een mens vergelijkt nu eenmaal met wat hij dagelijks voor zich heeft, en dat is de eigen klas.

Wat eraan te doen is

Coveney wijst op twee richtingen. De eerste is bewustwording: als leraren weten dat de klassamenstelling hun oordeel kleurt, kunnen ze daar rekening mee houden. De tweede is het uitstellen van het keuzemoment, bijvoorbeeld via brede brugklassen, waarin kinderen pas later naar niveau worden ingedeeld, op basis van meer gegevens dan één momentopname in groep 8.

Geen van beide is een volledige oplossing, en dat is eerlijk gezegd de kern van het probleem. Zolang er op één moment één advies wordt gegeven, blijft de vraag hoe je voorkomt dat de klas waarin een kind zit, zwaarder weegt dan wat het kind zelf laat zien.