Het Utrechtse voetbal heeft zijn boegbeeld verloren. Leo van Veen, de man die als geen ander werd vereenzelvigd met FC Utrecht, is op 80-jarige leeftijd overleden. Hij stierf in een zorginstelling in Woerden, na een periode waarin zijn gezondheid hem in de steek liet.

De enige echte 'Mister FC Utrecht'

De bijnaam 'Mister FC Utrecht' droeg Van Veen niet voor niets. Het overgrote deel van zijn ruim 600 wedstrijden in het betaald voetbal speelde hij voor de Utrechtse club en haar voorganger DOS. Met 169 doelpunten in 427 duels voor FC Utrecht is hij tot op de dag van vandaag de clubtopscorer aller tijden, een record dat na al die jaren nog altijd overeind staat.

Van spits naar laatste man

Van Veen begon zijn loopbaan als aanvaller, maar boog die later om naar een rol als centrale verdediger. Dat deed hij naar verluidt op advies van Johan Cruijff, met wie hij tijdens een avontuur bij de Amerikaanse club Los Angeles Aztecs samenspeelde. In die nieuwe rol als laatste man beleefde hij later ook succes bij Ajax, waar hij een landstitel won.

Nooit Oranje, wel geliefd

Opvallend genoeg kwam Van Veen nooit uit voor het Nederlands elftal. In zijn tijd was de concurrentie moordend, met spelers als Cruijff, Johnny Rep en Kees Kist die de gelederen bevolkten. Dat gemis deed weinig af aan zijn status: bij FC Utrecht groeide hij uit tot een clubheld die generaties supporters aan zich bond.

Een blijvende naam

FC Utrecht en de stad namen met verdriet afscheid van hun icoon. Zijn naam blijft aan de club verbonden, niet alleen in de recordboeken, maar ook in de herinnering van iedereen die hem in het shirt van de Domstedelingen zag spelen. Met Leo van Veen verliest het Nederlandse voetbal een speler die trouw en clubliefde belichaamde als weinig anderen.