Het bosbrandenseizoen in Zuid-Europa is dit jaar uitzonderlijk vroeg en heftig. In Frankrijk is nog nooit zo vroeg in het jaar zo veel bos verbrand, en ook Spanje ziet steeds meer gebied in vlammen opgaan, meldt de Volkskrant.

Vroeger dan ooit

Normaal gesproken piekt het aantal bosbranden rond Zuid-Europa later in de zomer, in augustus. Dit jaar is de piek naar voren geschoven. Volgens het Europese informatiesysteem voor bosbranden van de Europese Commissie ligt de verbrande oppervlakte in Europa dit seizoen duidelijk boven het langjarige gemiddelde voor deze periode.

Frankrijk werd de afgelopen weken op meerdere plekken door branden getroffen. Een van de meest in het oog springende was de grote brand in het bos van Fontainebleau, ten zuiden van Parijs, die honderden hectares verwoestte en tot evacuaties leidde, een gebied waar zulke grote branden normaal zeldzaam zijn.

Ook Spanje zwaar getroffen

Ook in Spanje gaat het hard. Verspreid over het land waren er dit jaar al meerdere grote branden, waarbij telkens flinke oppervlakten natuur verloren gingen en bewoners werden geëvacueerd. Voor Spanje is het geen nieuw fenomeen, maar de omvang en het vroege moment in het jaar baren zorgen.

Hitte en droogte als motor

Achter de branden zit een duidelijke oorzaak: extreme hitte en aanhoudende droogte. Na een uitzonderlijk warme periode is de vegetatie kurkdroog en dus zeer brandbaar; één vonk kan dan snel uitgroeien tot een onbeheersbare brand, zeker bij wind.

Klimaatwetenschappers wijzen erop dat de hittegolven die dit soort branden voeden door de opwarming van de aarde vaker en heviger voorkomen. Daarmee is het lange, zware bosbrandenseizoen niet alleen een kwestie van pech met het weer, maar past het in een patroon dat de komende jaren waarschijnlijk vaker terugkeert. Voor de brandweerdiensten in Zuid-Europa betekent het dat ze zich op steeds langere en drukkere zomers moeten instellen.