De problemen bij het UWV rond keuringen voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA worden eerder groter dan kleiner. Volgens recente cijfers wachten inmiddels ruim 11.000 mensen langer dan zes maanden op een beoordeling, terwijl dat eind 2025 nog om zo'n 7.900 mensen ging. In totaal staan tienduizenden mensen op de wachtlijst voor een eerste keuring of een herbeoordeling.
Tot vijftien maanden wachten
De wachttijden lopen flink uiteen per regio. In Leeuwarden en Groningen kan het volgens berichtgeving oplopen tot vijftien maanden voordat iemand een verzekeringsarts ziet voor een eerste WIA-keuring; in Midden- en Oost-Brabant gaat het om ongeveer een jaar. Wie een herbeoordeling aanvraagt, moet volgens NOS gemiddeld zo'n 90 weken wachten. Per 1 januari 2026 verlengde het UWV de beslistermijn voor WIA-(her)beoordelingen tijdelijk naar zestien weken om de druk te verlichten — een termijn die in de praktijk bij lange na niet wordt gehaald.
Tekort aan keuringsartsen
De kern van het probleem is een structureel tekort aan verzekeringsartsen in combinatie met een, in de woorden van een UWV-woordvoerder, "enorm hoge instroom". Het aantal nieuwe WIA-aanvragen ligt rond de 60.000 per jaar, tegen ongeveer 35.000 bij de invoering van de wet in 2005. Daarnaast verloor het UWV zelfstandige artsen door strenger toezicht van de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid, en zorgde het tijdelijk stopzetten van de vereenvoudigde beoordeling voor 60-plussers voor extra volledige keuringen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) meldde in een voortgangsbrief dat het UWV in 2026 ongeveer 40.000 meer beoordelingsaanvragen verwacht dan het kan verwerken.
Onzekerheid en voorschotten
Voor mensen die wachten betekent de vertraging langdurige onzekerheid over hun inkomen. Wie ziek uit het werk is gevallen en op een keuring wacht, krijgt wel een voorschot uitbetaald. Dat voorschot hoeft niet te worden terugbetaald als de aanvraag uiteindelijk wordt afgewezen. Toch leeft een grote groep mensen maanden- of zelfs jarenlang in onzekerheid over hun definitieve uitkering. Zonder ingrijpen kan de achterstand de komende jaren verder oplopen.
Wat doen UWV en de minister?
Het UWV houdt vast aan de doelstelling dat niemand langer dan zes maanden op een keuring zou moeten wachten. Om dat te halen wil het keuringswerk anders verdelen: taken die nu door verzekeringsartsen worden gedaan, moeten deels worden overgenomen door andere professionals, zoals hbo-geschoolde medewerkers. Volgens de SZW-voortgangsbrief bereidt het ministerie wetswijzigingen voor om die taakverdeling mogelijk te maken. Ook wordt het tijdelijk opschorten van dwangsommen voorbereid, omdat de wettelijke beslistermijn door de achterstanden onhaalbaar is; de gang naar de rechter blijft wel mogelijk.
Minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) noemt de toegenomen achterstand zorgelijk. Volgens NOS zei hij dat het stelsel "piept en kraakt". Er lopen gesprekken met vakbonden en werkgevers over een bredere hervorming van het stelsel, dat inmiddels zo'n 865.000 mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering omvat. Of de maatregelen op tijd genoeg effect hebben, is voorlopig onzeker.



