Elk jaar bereiken de Zwitserse gletsjers een omslagpunt: het moment waarop alle sneeuw die de afgelopen winter viel, is weggesmolten en de gletsjer aan zijn eigen ijslichaam begint te teren. Wetenschappers noemen dat de Glacier Loss Day. In gezonde jaren viel die dag rond half augustus. In 2026 was het al eind juni zover — een van de vroegste datums ooit gemeten, alleen het extreme jaar 2022 was nog iets eerder.
Een zwakke winter, een hete zomer
De directe aanleiding is de hittegolf die Europa eind juni in haar greep houdt. Maar het verhaal begon eerder: een winter met fors minder sneeuw dan normaal liet de gletsjers kwetsbaar achter. Volgens metingen lagen de sneeuwreserves dit jaar zo'n kwart onder het langjarige gemiddelde. De warmte van mei versnelde het smelten al voordat de zomer officieel begon.
Het meest treffende beeld komt van de nulgradengrens — de hoogte waarop de temperatuur precies nul graden is. Die steeg afgelopen dagen tot boven de 5.000 meter, hoger dan ooit gemeten. Ter vergelijking: de top van de Mont Blanc ligt op 4.809 meter. Zelfs de hoogste berg van de Alpen lag daarmee volledig in positieve temperaturen.
Donker ijs smelt sneller
Op de Rhônegletsjer, een van de meest bestudeerde ijsmassa's van het land, verdween in tien dagen tijd een meter ijs. Op de Grote Aletschgletsjer veranderde het oppervlak in twee weken van een wit sneeuwdek in kaal, donker ijs.
Dat donkere ijs is geen detail. Verse sneeuw kaatst ongeveer 90 procent van het zonlicht terug. Zodra die laag verdwijnt en het onderliggende ijs blootligt, absorbeert het oppervlak juist het grootste deel van de warmte — wat het smelten verder versnelt. Dit zogenoemde albedo-effect maakt gletsjers extra gevoelig voor de combinatie van een zwakke winter en een vroege hittegolf.
'Verrassend vergelijkbaar met 2022'
Matthias Huss, hoofd van het Zwitserse gletsjermeetnetwerk GLAMOS, spreekt van enorme smeltsnelheden "overal in de Alpen". Hij noemt 2026 "verrassend vergelijkbaar" met 2022 — het jaar dat de Zwitserse gletsjers in één zomer zo'n 6 procent van hun totale ijsvolume verloren, een historisch record. "We zitten drie maanden te vroeg vergeleken met een gezonde toestand," aldus Huss.
Een trend die niet stopt
De hittegolf van 2026 is geen incident, maar een piek in een gestage neerwaartse lijn. Tussen 2000 en 2024 kromp het ijsvolume van de Zwitserse gletsjers met tientallen procenten. Van de gletsjers die het land een halve eeuw geleden telde, zijn er meer dan duizend volledig verdwenen.
De gevolgen reiken verder dan het berglandschap. Gletsjerwater voedt rivieren als de Rijn en de Rhône, levert in droge zomers drinkwater en reguleert het klimaat van bergdalen. Naarmate de gletsjers krimpen, nemen ook de risico's toe op instabiele hellingen en plotselinge overstromingen vanuit smeltmeren. Huss schetst een somber toekomstbeeld: als de opwarming in het huidige tempo doorzet, resten er tegen 2100 nog slechts kleine ijsfragmenten. De hete junidagen van 2026 zijn daarmee geen eindpunt, maar een tussenstand in een proces dat al decennia gaande is — en steeds sneller gaat.



