Drieëndertig jaar woonden ze in dezelfde sociale huurwoning in Amsterdam. Daar komt nu een einde aan. De rechter heeft geoordeeld dat woningcorporatie Ymere de huurovereenkomst van een stel mag opzeggen, omdat het tweetal zelf over flink wat vastgoed blijkt te beschikken.
Wat de rechter oordeelde
Volgens Ymere hoort het stel niet langer tot de doelgroep van de sociale huur. De corporatie stelde in de zaak dat de bewoners naast hun huurwoning meerdere panden bezitten: naar verluidt zeven woningen en vijf bedrijfspanden. De rechter ging daarin mee. Een woningcorporatie heeft de wettelijke taak om schaarse sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor mensen die zelf niet in hun huisvesting kunnen voorzien, en kan onder omstandigheden ook een bestaand huurcontract beëindigen.
Scheefwonen dat lastig te bestrijden is
De zaak legt een hardnekkig probleem bloot. Bij scheefwonen gaat het om mensen die een sociale huurwoning bewonen, bedoeld voor lagere inkomens, terwijl ze zelf een aanzienlijk vermogen of vastgoed hebben opgebouwd. Voor corporaties is dat moeilijk aan te pakken: na de eerste inkomenstoets hebben zij geen zicht op het vermogen of het bezit van hun huurders. Alleen wanneer misstanden aan het licht komen, kan een corporatie stappen zetten.
Strengere regels in Amsterdam
Amsterdam scherpte de regels dit jaar aan. Wie al een woning bezit, komt niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning. Voor bestaande gevallen bleef het lastiger, omdat corporaties nauwelijks middelen hebben om bezit op te sporen. Deze uitspraak geeft hun juridisch meer houvast om op te treden tegen wie duidelijk niet meer tot de doelgroep behoort.
Groter probleem op de achtergrond
De discussie speelt tegen de achtergrond van een vastgelopen woningmarkt. De wachttijd voor een sociale huurwoning in Amsterdam loopt op tot meer dan tien jaar. Critici wijzen erop dat losse rechtszaken tegen individuele huurders het onderliggende tekort niet oplossen; volgens hen is meer nieuwbouw en een gerichtere toewijzing uiteindelijk effectiever dan het bestrijden van scheefwonen geval voor geval. Tegelijk laat deze zaak zien dat de rechter ruimte ziet om in te grijpen wanneer het contrast tussen bezit en sociale huur wel erg groot wordt.



