De zomervakantie is voor steeds meer Nederlanders geen vanzelfsprekendheid meer. Waar een dagje weg of een verre reis lange tijd bij de zomer hoorde, kijken huishoudens nu scherper naar de kosten. Uit onderzoek blijkt dat nog maar ongeveer de helft van de Nederlanders deze zomer daadwerkelijk op vakantie gaat.

De helft blijft thuis

Volgens de Vakantiemonitor van de ANWB gaat dit jaar iets meer dan de helft van de Nederlanders op zomervakantie, een duidelijke daling ten opzichte van een paar jaar terug. Vooral huishoudens met een krapper budget haken af. Een aanzienlijk deel geeft aan juist vanwege de gestegen kosten thuis te blijven.

Duurdere reizen en overnachtingen

De prijzen spelen een grote rol. Vliegtickets en accommodaties zijn de afgelopen jaren fors duurder geworden. Daar kwam dit jaar de verhoging van de btw op overnachtingen bovenop, van negen naar eenentwintig procent. In een enquête onder ruim vijftienhonderd Nederlanders gaf bijna de helft aan daardoor minder vaak op vakantie te gaan; een deel wijkt voor een reis liever uit naar het buitenland dan naar eigen land.

Niet afzeggen, maar versoberen

Wie wel weggaat, past het gedrag aan. Veel reizigers kiezen voor een goedkopere accommodatie, een kortere vakantie of een reis buiten het hoogseizoen. Een deel mijdt bewust juli en augustus en gaat liever in mei of september, wanneer het rustiger en vaak voordeliger is.

Reislust blijft

Toch is de reislust niet verdwenen. Uit de monitor van kennisorganisatie NBTC blijkt dat de grote meerderheid van de Nederlanders nog steeds van plan is er dit jaar op uit te trekken. De boodschap is vooral dat de vakantie bewuster wordt gepland: mensen wegen prijs, drukte en bestemming zorgvuldiger af dan voorheen. Voor wie flexibel is met de timing, valt er buiten het hoogseizoen nog altijd voordeel te behalen.