Er kwam geen Nederlands feestje in Bordeaux. De Belg Tim Merlier was in de zevende etappe van de Tour de France de sterkste in een massasprint en troefde zijn concurrenten overtuigend af. Voor Merlier was het opnieuw raak in een sprintersrit.
Kooij vast in het gedrang
De grote hoop van Nederland, Olav Kooij, kon zijn goede vorm niet verzilveren. Waar hij eerder deze Tour nog een etappe won, zat de sprinter in de slotkilometer klem in het peloton en kwam hij niet vooraan. Uiteindelijk eindigde hij als 23e, ver van de zege die hij voor ogen had. De beste Nederlander was Huub Artz, die als zevende over de streep kwam.
Wærenskjold en Girmay volgen
Achter winnaar Merlier eindigden Søren Wærenskjold en Biniam Girmay op de tweede en derde plaats. De sprint was, zoals vaker in deze Tour, een hectische en drukke aangelegenheid, waarin positionering in de laatste kilometers alles bepaalde. Merlier wist zichzelf en zijn ploeg op het juiste moment vooraan te manoeuvreren.
Pogacar houdt het geel
In het klassement veranderde weinig. De vlakke etappe vormde geen bedreiging voor de mannen bovenaan, en Tadej Pogacar behield zonder problemen de gele leiderstrui. Voor de sprinters was dit een van de laatste kansen voordat het parcours weer heuvelachtiger wordt.
Een sprint vol Nederlandse namen
Opvallend was dat er in de sprinttrein volop Nederlandse inbreng zat, ook al ging de zege naar een Belg. Mathieu van der Poel en Jasper Philipsen mengden zich vooraan in de strijd, met Philipsen in de uitslag als een van de eerste vijf. De ontknoping onderstreepte hoe klein de marges in een massasprint zijn: één verkeerd wiel of een dichtgeknepen gaatje, en de kans is verkeken. Voor Merlier viel alles op zijn plek; voor Kooij was het deze keer alles of niets, en werd het niets.


