Tijdens de jaarlijkse herdenking van de Sandinistische revolutie van 1979 heeft de Nicaraguaanse president Daniel Ortega iets aangekondigd wat weinig staatshoofden hardop zeggen: er komen geen verkiezingen meer. "Er zullen hier geen verkiezingen meer gehouden worden, die hen de kans kunnen geven om de macht te grijpen", zei de 80-jarige tegen zijn aanhang.

Met "hen" doelde hij op de oppositie, die hij consequent afschildert als een verlengstuk van de Verenigde Staten. "De dagen dat door de Yankees gesteunde partijen aan de macht konden komen, zijn voorbij", voegde hij eraan toe.

Een aankondiging die niets meer bevestigt dan wat er al was

De uitspraak is minder een breuk dan een bekentenis. Wie de afgelopen jaren volgde, wist dat verkiezingen in Nicaragua allang geen echte competitie meer waren. In 2021 won Ortega met een ruime meerderheid nadat vrijwel alle serieuze tegenkandidaten waren opgepakt. Van een stembusstrijd was toen al geen sprake.

Wat Ortega nu doet, is de vorm laten vallen. Waar hij eerder de schijn van een verkiezing ophield, zegt hij nu dat ook die schijn niet meer nodig is.

Macht in de familie

Naast Ortega staat zijn echtgenote Rosario Murillo. Zij was al vicepresident en werd na een grondwetswijziging benoemd tot medepresident, met formeel dezelfde bevoegdheden. Daarmee is de macht in Nicaragua niet alleen bij één partij, maar bij één echtpaar geconcentreerd.

Diezelfde grondwetsherziening verlengde de presidentiële termijn van vijf naar zes jaar, waardoor de eerstvolgende geplande verkiezing al van 2026 naar 2027 was opgeschoven. De aankondiging van dit weekend maakt de vraag wanneer er weer gestemd wordt, overbodig.

De weg hiernaartoe

Het kantelpunt ligt in 2018. Toen sloeg het leger een golf van antiregeringsprotesten neer, waarbij volgens internationale tellingen meer dan driehonderd mensen om het leven kwamen. In de jaren daarna volgde een systematische afbraak: oppositieleden werden gevangengezet, verbannen of het staatsburgerschap ontnomen, en onafhankelijke media werden gesloten.

De VN-Mensenrechtenraad omschreef het bewind van Ortega en Murillo als een repressief systeem, en beschuldigde functionarissen van willekeurige detenties, marteling en vervolging van maatschappelijke organisaties en pers.

Wat de buitenwereld kan doen

Weinig, is het ongemakkelijke antwoord. Na de dood van een politieke gevangene eind mei liet het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken weten dat "alle opties op tafel liggen", maar een ingrijpende interventie ligt niet voor de hand.

Dat is de kern van dit bericht. Een president die openlijk zegt dat er niet meer gestemd wordt, doet dat in de wetenschap dat er geen binnenlandse rem meer is en de buitenlandse druk beperkt blijft. De aankondiging is daarmee niet alleen een besluit over verkiezingen, maar ook een inschatting van hoe weinig weerstand er nog te verwachten valt.