Wie in de zomer van 2016 door een park liep, zag het overal: groepjes mensen die met hun telefoon in de aanslag speurden naar iets wat er niet echt was. Pokémon Go was uitgebracht, en de wereld leek even in de ban van digitale monstertjes. Deze maand bestaat het spel tien jaar.
De zomer van de rage
Pokémon Go, gemaakt door ontwikkelaar Niantic in samenwerking met Nintendo en The Pokémon Company, verscheen begin juli 2016. Het spel gebruikt de camera en gps van je telefoon, zodat je in de echte wereld op pad gaat om Pokémon te vangen: augmented reality voor een breed publiek. De aantrekkingskracht was enorm. Binnen een week werd het spel al tientallen miljoenen keren gedownload, en op het hoogtepunt speelden er wereldwijd honderden miljoenen mensen per maand.
De keerzijde
De rage had ook een schaduwkant. Spelers liepen met hun ogen op het scherm soms gevaarlijke situaties in, van drukke wegen tot verboden terrein, en de eerste maanden gonsde het van de verhalen over ongelukken en incidenten. Powerbanks werden onmisbaar, want het spel trok de telefoonbatterij in rap tempo leeg. De hype zwakte na die eerste zomer dan ook snel af.
Van hype naar gemeenschap
Toch verdween Pokémon Go niet. Waar veel modeverschijnselen na een seizoen vergeten zijn, bouwde dit spel een trouwe gemeenschap op. Tien jaar later spelen er nog altijd miljoenen mensen, die elkaar treffen bij grote evenementen zoals de jaarlijkse Go Fest. De rust van het dagelijkse spel, met wandelingen en ontmoetingen, bleek duurzamer dan de wilde begindagen.
De belofte waargemaakt
Precies daar zit de belofte die het spel indertijd deed: mensen de deur uit krijgen en samen op pad. Tien jaar na de gekte lijkt Pokémon Go die belofte juist nu waar te maken, niet als één explosieve zomer, maar als een blijvende reden om naar buiten te gaan. De monstertjes zijn gebleven, en met hen een stukje van de wereld die er in 2016 even door in de ban was.



