In Sudan groeit de angst voor een nieuw bloedig offensief. De paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) hebben hun troepen samengetrokken rond El Obeid, de hoofdstad van de deelstaat Noord-Kordofan. Volgens de Verenigde Naties en een coalitie van landen, waaronder Nederland, dreigt zich daar af te spelen wat eind 2025 in de Darfur-stad El Fasher gebeurde. "We hebben dit draaiboek al eerder gezien", waarschuwde VN-mensenrechtenchef Volker Türk.

Een oorlog die al meer dan drie jaar duurt

Sinds april 2023 woedt in Sudan een burgeroorlog tussen het reguliere leger (SAF) onder generaal Abdel Fattah al-Burhan en de RSF onder generaal Mohamed Hamdan Dagalo, beter bekend als Hemedti. Wat begon als een machtsstrijd tussen twee voormalige bondgenoten, is uitgegroeid tot wat hulporganisaties een van de grootste humanitaire crises ter wereld noemen.

Volgens de VN zijn door het conflict inmiddels bijna 14 miljoen mensen op de vlucht geslagen, van wie meer dan 13 miljoen binnen de eigen landsgrenzen. Miljoenen mensen zijn naar de rand van een hongersnood gedreven, terwijl de toegang voor hulpverleners in grote delen van het land zwaar belemmerd wordt.

Belegering van El Obeid

El Obeid ligt op een strategische handelsroute tussen de hoofdstad Khartoem en de westelijke regio Darfur. De stad verkeert volgens betrokken landen al meer dan achttien maanden in belegeringsachtige omstandigheden. De RSF zou de stad grotendeels hebben afgesloten, waardoor voedsel, water en elektriciteit schaars zijn.

In de afgelopen weken werd de omgeving getroffen door droneaanvallen, waarbij volgens de VN ook een hulpverlener om het leven kwam. Een groep van 29 landen, onder leiding van Noorwegen en met onder meer Nederland, Frankrijk, Duitsland en Canada, sprak bij de VN-Mensenrechtenraad de vrees uit dat honderdduizenden burgers het slachtoffer dreigen te worden van grootschalige wreedheden. De landen eisen een staakt-het-vuren en onbelemmerde humanitaire toegang, bericht Al Jazeera.

Waarom het alarm zo luid klinkt

De zorgen worden gevoed door wat eind oktober 2025 in El Fasher gebeurde. Nadat de RSF die stad na een lange belegering innam, documenteerde het VN-mensenrechtenkantoor in de eerste dagen duizenden doden, zowel binnen de stad als langs vluchtroutes. De werkelijke aantallen liggen volgens de VN vermoedelijk hoger. Een VN-onderzoeksmissie stelde in 2026 dat het geweld "de kenmerken van genocide" droeg, met massa-executies, seksueel geweld als oorlogswapen en aanvallen gericht op mensen vanwege hun etnische afkomst.

De humanitaire situatie was er al voor de val dramatisch, met grote aantallen ernstig ondervoede kinderen onder de mensen die de omliggende opvangkampen bereikten.

Internationale druk

Türk riep op tot ingrijpen: staten met invloed hebben volgens hem nu de plicht die uit te oefenen om "deze waanzin te stoppen". De RSF ontkent verantwoordelijkheid voor etnisch gerichte moorden en stelt dat daders ter verantwoording worden geroepen. Experts wijzen herhaaldelijk op buitenlandse steun aan de strijdende partijen als een kernprobleem dat het conflict in stand houdt.