In juni 2026 kleurde de Nederlandse weerkaart opnieuw oranje. In Brabant en Limburg liep het kwik richting de 35 graden, en door de hoge luchtvochtigheid voelde het lokaal als bijna 39 graden aan, meldde de NOS. Wat een paar decennia geleden een uitzonderlijke gebeurtenis zou zijn geweest, wordt nu een terugkerend zomerbeeld. Achter die ontwikkeling zit een duidelijk patroon: de extreem hete dagen nemen in Nederland en Europa snel toe.
Van zeldzaam naar bijna normaal
Hoe ongewoon hoge temperaturen ooit waren, laat het Nederlandse meetarchief zien. Pas op 25 juli 2019 werd het in Nederland voor het eerst sinds het begin van de metingen warmer dan 40 graden: in Gilze-Rijen werd 40,7 graden gemeten. Ook het aantal warme dagen stijgt structureel. Volgens het Compendium voor de Leefomgeving nam het aantal zomerse dagen (25 graden of meer) toe van zo'n 9 dagen rond 1906 naar gemiddeld 25 dagen in 2022, met een uitschieter van 47 dagen in 2018. Het aantal tropische dagen (30 graden of meer) in De Bilt lag een eeuw geleden net iets boven de één per jaar, en nu rond de vijf.
Wat de Europese data laten zien
De stijging is geen Nederlands verschijnsel. Een analyse op basis van Copernicus- en ERA5-gegevens vergeleek de periode 1965-1975 met 2015-2025. Het resultaat is opvallend: gebieden die vroeger vrijwel nooit tropische dagen kenden, zoals Nederland, België en Duitsland, tellen er nu gemiddeld 2 tot 10 per jaar. In Zuid-Spanje steeg het aantal dagen boven de 30 graden van rond de 100 naar meer dan 120 per jaar. Juist waar het al warm was, gaat de stijging het snelst: heet wordt heter.
Het klimaatverband
Dat de extremen toenemen, is geen toeval. De NOS verwijst naar wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat er een sterk verband is tussen langdurige, extreme hitte en de opwarming van de aarde. Hittegolven die vroeger eens per tien jaar voorkwamen, gebeuren nu ongeveer eens per drie jaar en zijn ruim een graad warmer. De achterliggende oorzaak is de uitstoot van broeikasgassen, die de gemiddelde temperatuur opdrijft en daarmee de hele verdeling van temperaturen naar boven schuift.
Steden lopen extra warm
In steden komt er nog een factor bovenop: het stedelijk hitte-eilandeffect. Door veel beton en steen, weinig groen en minder wind blijft warmte er langer hangen. Volgens het KNMI is dit effect 's nachts het grootst en kan het verschil tussen stad en omgeving oplopen tot meer dan 5 graden. Dat maakt hittegolven in stedelijk gebied extra belastend voor de gezondheid.
Wat dit betekent
De boodschap van de cijfers is consistent: extreem hete dagen die generaties lang uitzonderlijk waren, worden in Nederland en Europa een steeds vaker terugkerend verschijnsel. Voor de volksgezondheid, de landbouw en het waterbeheer betekent dat een nieuwe realiteit waarop steden en overheden zich moeten aanpassen — van meer groen en schaduw tot hitteplannen.



