Ondervoeding roept beelden op van uitgemergelde mensen in verre landen. In Nederland ziet het er anders uit: het is de moeder van 88 die alleen woont, die haar eten netjes op tafel krijgt en er de helft van laat staan, en van wie de rok langzaam ruimer gaat zitten. Vaak merkt de buurvrouw het eerder dan de huisarts.
Hoe vaak het voorkomt
De cijfers zijn niet klein. Volgens het Kenniscentrum Ondervoeding is 8,5 procent van de thuiswonende 65-plussers ondervoed, oplopend tot 19 procent bij de 85-plussers. Bij ouderen die thuiszorg krijgen gaat het om 16 procent, en bij wie alleen woont om 13,5 procent. Onder ouderen met een slechte eetlust is het 22 procent. Die cijfers komen uit onderzoek uit 2023.
Anders gezegd: in de groep waar het risico het hoogst is, gaat het om ongeveer een op de vijf.
Waarom juist ouderen
De oorzaken stapelen zich meestal op. Eetlust neemt af met de leeftijd, en smaak en reuk worden minder, waardoor eten minder aantrekkelijk wordt. Kauwen of slikken kan moeilijker gaan. Medicijnen kunnen de eetlust drukken of misselijkheid geven.
Daar komen praktische en sociale factoren bij, somt het Voedingscentrum op: minder mobiliteit, waardoor boodschappen doen en koken zwaarder worden, en vergeetachtigheid. Ook eenzaamheid, rouw en somberheid spelen mee. Wie jarenlang samen at en nu alleen aan tafel zit, kookt vaak minder en eet minder.
Ziekten als dementie, COPD, parkinson, hart- en vaatziekten en kanker vergroten het risico verder.
Waar u op let
Het duidelijkste signaal is onbedoeld gewichtsverlies, en daar bestaan concrete grenzen voor. Het Voedingscentrum hanteert: vijf procent of meer gewichtsverlies in de afgelopen zes maanden, of tien procent of meer over een langere periode. Bij iemand van 70 kilo is vijf procent al 3,5 kilo, en dat gaat ongemerkt.
Zichtbare aanwijzingen zijn kleding, riemen en ringen die losser zitten, vermoeidheid, minder spierkracht, vaker vallen en trager herstellen van een griepje of een operatie. Juist dat laatste maakt ondervoeding gevaarlijk: het is zelden de directe oorzaak van problemen, maar het maakt elk ander probleem erger.
Wat helpt
De eerste stap is de huisarts, die kan doorverwijzen naar een dietist en kan uitzoeken of er een medische oorzaak achter zit. Ondervoeding is behandelbaar, en hoe eerder dat gebeurt, hoe minder ingrijpend het traject is.
Voor thuis zijn de adviezen praktisch. Kleinere porties, vaker over de dag verdeeld, werken beter dan drie volle maaltijden voor wie weinig trek heeft. Eiwit is belangrijk om spiermassa te behouden: zuivel, kaas, vlees, vis, eieren, noten en peulvruchten. Volle producten in plaats van magere leveren meer energie in hetzelfde hapje.
Bewegen hoort erbij, hoe bescheiden ook: het houdt spieren op peil en wekt eetlust op. En het simpelste middel is misschien wel het krachtigste: samen eten. Aanschuiven, een keer per week koken en meebrengen, of zorgen dat er iemand aan tafel zit.
Waarom er aandacht voor is
Er wordt inmiddels gericht op gestuurd. Er bestaan signaleringskaarten voor professionals in het sociaal domein en voor mensen die thuiswonende ouderen met dementie begeleiden, juist omdat zij vaak degenen zijn die het eerst iets merken.
Bovendien loont vroeg ingrijpen: onderzoek waar het Kenniscentrum naar verwijst, becijfert dat elke euro die in behandeling wordt gestoken in het eerste jaar 2,08 euro oplevert. Dat argument is nuttig richting beleidsmakers, maar aan de keukentafel telt iets anders: wie op tijd merkt dat er wat afgaat, kan het meestal nog omdraaien.



