Het is een herkenbaar moment voor iedereen die op een borrel of feestje ooit een frisdrankje bestelde: de opgetrokken wenkbrauw, de grap over 'de auto', de vraag of je soms zwanger bent. In Nederland is alcohol de sociale smeerolie bij uitstek. Wie meedrinkt, hoort erbij. Wie níét drinkt, moet zich verantwoorden. Maar precies die norm begint te schuiven.
De cijfers kantelen — onder jongeren
De duidelijkste verschuiving zit bij de jeugd. Volgens het Trimbos-instituut drinkt een groeiend deel van de tieners helemaal niet meer: het aandeel 12- tot 16-jarigen dat zegt nooit alcohol te drinken, is de afgelopen jaren gestegen. Ook onder oudere tieners neemt het aantal niet-drinkers toe. Voor een nieuwe generatie is een avond zonder alcohol steeds vanzelfsprekender — een breuk met de cultuur van hun ouders.
Tegelijk groeit van onderaf een hele markt mee. Alcoholvrij en laag-alcoholisch bier en wijn zijn aan een stevige opmars bezig; supermarkten ruimen er steeds meer schap voor in en de horeca ontwikkelt alcoholvrije cocktails. Initiatieven als Dry January — een maand zonder drank na de feestdagen — trekken jaarlijks honderdduizenden, naar schatting zelfs meer dan een miljoen Nederlandse deelnemers.
Het roken achterna?
De vraag of alcohol dezelfde weg kan gaan als de sigaret, dringt zich op. Roken was decennialang doodnormaal en werd stap voor stap teruggedrongen — met hogere prijzen, reclameverboden, rookvrije ruimtes en neutrale verpakkingen. Vandaag is roken in een restaurant ondenkbaar.
De gezondheidshoek pleit voor een vergelijkbare aanpak. De Gezondheidsraad riep de overheid recent op om alcohol te 'ontnormaliseren', met maatregelen als hogere accijnzen, minder verkooppunten en strengere reclameregels. Experts wijzen erop dat juist prijs aantoonbaar werkt: duurder drank betekent minder consumptie, vooral onder jongeren en zware drinkers.
Waarom het taai is
Toch is alcohol geen tabak. Drinken is in gematigde vorm veel sterker sociaal ingebed — verweven met feesten, sport, werk en ontspanning — en gold lang als neutraal of zelfs gezond. Dat laatste beeld is wetenschappelijk inmiddels onderuitgehaald, maar cultureel zit het diep.
Bovendien stuit 'ontnormaliseren' op weerstand: voor veel mensen is drinken een persoonlijke keuze waar de overheid zich niet mee moet bemoeien. Campagnes die betuttelend aanvoelen, wekken eerder irritatie dan gedragsverandering.
Kantelmoment of wensdenken?
De signalen wijzen wel dezelfde kant op: minder jonge drinkers, een bloeiende markt voor alcoholvrije alternatieven en een groeiende maatschappelijke discussie. Of dat tot een echte cultuuromslag leidt, hangt af van politieke wil én van de vraag of de sociale norm meebeweegt. Zolang een cola bestellen nog om een verklaring vraagt, is het zover nog niet.



