Het klinkt als iets wat allang verboden zou moeten zijn, en sinds zondag is het dat ook. Grote bedrijven in de Europese Unie mogen onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen niet langer vernietigen. De regel gaat in per 19 juli 2026 en vloeit voort uit de Europese verordening voor ecologisch ontwerp van duurzame producten.
Waar het over gaat
De omvang van het probleem is aanzienlijk. De Europese Commissie baseert zich op cijfers van het Europees Milieuagentschap: naar schatting wordt 4 tot 9 procent van al het textiel dat in Europa op de markt komt vernietigd voordat het ooit is gebruikt. In gewicht gaat het om 264.000 tot 594.000 ton per jaar.
Dat is kleding die is ontworpen, geproduceerd, verscheept en vervolgens weggegooid zonder ooit een drager te hebben gehad.
Wat bedrijven nu moeten doen
De verordening schrijft een volgorde voor. Onverkochte voorraad moet eerst worden verkocht, desnoods met korting of via andere kanalen. Lukt dat niet, dan volgt schenken aan goede doelen. Als ook dat niet lukt, moeten producten geschikt worden gemaakt voor hergebruik door ze te repareren of op te knappen.
Vernietigen mag alleen nog in specifieke gevallen: als producten onveilig of zodanig beschadigd zijn dat ze niet meer bruikbaar zijn, als het om namaak gaat of om schending van intellectuele eigendomsrechten, of als goede doelen ze hebben geweigerd.
Bedrijven die zich op zo'n uitzondering beroepen, moeten dat kunnen aantonen met documenten of testresultaten, en jaarlijks publiceren wat zij hebben afgevoerd. De administratie moet vijf jaar worden bewaard, zodat inspectie mogelijk blijft.
Voor wie het geldt, en wanneer
Hier zit de belangrijkste nuance van deze regel. Het verbod geldt vanaf nu alleen voor grote ondernemingen. Middelgrote bedrijven vallen er vanaf 2030 onder. Voor kleine en micro-ondernemingen geldt het niet.
Dat is een bewuste keuze om kleine ondernemers niet met administratieve lasten op te zadelen, maar het roept meteen de vraag op die bij dit soort regelgeving altijd terugkomt: wat weerhoudt een groot concern ervan de vernietiging te laten uitvoeren door een partij die buiten de regel valt?
Wat er nog moet blijken
Het antwoord op die vraag hangt af van de handhaving, en die ligt bij de nationale autoriteiten van de lidstaten. Hoe streng er wordt gecontroleerd en welke boetes daarop staan, verschilt dus per land.
De jaarlijkse rapportages zijn daarbij het interessantste instrument. Voor het eerst worden bedrijven verplicht openbaar te maken hoeveel onverkochte voorraad zij afvoeren. Die cijfers zullen, als ze eenmaal binnen zijn, meer zeggen over de werkelijke omvang van het probleem dan alle schattingen die er tot nu toe over bestonden.



